Archief 2013

5.> Zandkasteel
De zon staat hoog aan de hemel. De ziltige wind brengt wat verkoeling. Een jongetje speelt op het strand. Hij is in de weer met het graven van zand. Het emmertje wordt leeggekiept op een andere hoop zand. Met zijn handjes vormt hij het zand steeds meer tot een echt kasteel. Hij graaft er een grachtje om heen. Met twee cocktailprikkers markeert hij de brug. En met de dopjes van flesjes water maakt hij ramen. Vol trots laat hij zijn bouwsel zien: “Kijk mam!”

Terwijl de walm van uitlaatgassen, het gerinkel van trams in de grote stad door het open raam van het kantoor binnenkomen, zien we een man. Hij legt een stapeltje papier op zijn buro bovenop een ander stapeltje. Met zijn smartphone whatsappend, emailend en bellend delegeert hij opdrachten aan werknemers. En in een ooghoek ziet hij de winst toenemen. Hij maakt plannen voor de toekomst: de winst is zijn loopbrug, de spaarrentes de schildwachten, zijn pensioen een veilig binnenplein. Zo bouwt hij zijn imperium: “Kijk eens!”

Het jongetje en de man maken van kleine korrels kolossen. Van niets maken ze iets.
Ze zijn beide vastberaden en werken flink door.
Voor beiden geldt dat de vloed zal komen en het einde is in zicht.
Het jongetje weet dat, want hoe later op de dag, hoe dichterbij de golven.
De eerste golven snoepen een kasteelwand weg.
Het jongetje kan daarmee leven. ”
Het jongetje vindt het niet erg als zijn kasteel door de golven wordt opgeslurpt. Hij pakt zijn strandspulletjes en gaat met moeder naar huis.
De volwassene is echter niet zo wijs: de golfslag van de jaren beukt op zijn kasteel. Hij voelt in zijn onderbuik de zorgen, want hij wil zijn monument van zand te allen tijde beschermen. En terwijl hij het zilte water probeert weg te houden en overal reparaties uitvoert, wordt hij boos op de golven: “Het is míjn kasteel!”

De zee geeft geen antwoord. Zowel het kind als de volwassene weten namelijk van Wie het zand is.
(met dank aan Max Lucado)
tekst is opgenomen in het kerkblad van de Prot. Gemeente Zunderdorp “Kerkklanken”, september 2013

4.> Omtrent geloof: Bedelaar
De grote Russische schrijver Tolstoj vertelde hoe hij eens over straat liep en een bedelaar passeerde. Hij groef in zijn zak naar een muntstuk, maar hij vond er geen. Tolstoj boog zich naar hem over en zei: “Broeder, het spijt me, maar ik heb niets voor je.”
De bedelaar begon te stralen en zei: “Je hebt veel meer gegeven dan ik vroeg. Je hebt me broeder genoemd.”
(uit: Max Lucado,  Mensen in Gods hand, Utrecht 2012, p.47)
opgenomen in het blad Monitor zomer 2013, uitgave van Stichting Diensten-met-Belangstellenden

3. > Omtrent geloof: Huismeester
Het is voor de bijbelschrijver niet de belangrijkste vraag of het allemaal zo gebeurd is, zoals we kunnen lezen in Genesis 1: het scheppingswerk van God in zeven dagen. Zijn doel is te beschrijven dat die wereld van ons in beginsel een veilige wereld is, door God bedacht en geschapen, een wereld in zijn hand, en alles in die wereld zou functioneren naar zijn bedoeling. De bijbelschrijver beschrijft het ‘waarom’. Waarom het allemaal geschapen wordt, en waartoe het dient, en die vraagstelling is nog even actueel als toen hij het verhaal opschreef.
De basis is de verbazing, de ontroering, en het vertrouwen. Dan komt de herkenning. Daartoe is de mens: God wil zichzelf een tegenover hebben, naar zijn beeld en gelijkenis. Hij is maar stof en leem, maar dan wel met Gods eigen adem in de neus. Die mens werd gezegend. Ten slotte komt de opdracht: bewoon en bewaar die schepping, wees een goede huismeester.
(uit: ds Bert Kuipers, Tien motieven om te geloven, Zoetermeer 2012, p.18-19)
opgenomen in het kerkblad van de Protestantse Gemeente Zunderdorp “Kerkklanken” nr.3 2013

2. > Omtrent geloof: Opstanding uit de dood
‘Opstanding uit de dood’ is het meest concrete dat je met je leven kunt doen: in alle verbanden waarin je meeleeft – werkkring, gezin, relatie, school van je kinderen; maar ook deze Nederlandse samenleving, waarin het meest weerloze wordt wegbezuinigd, deze dagelijks terugkerende gooi- en smijtmedia -, niet te dulden dat ook maar één mens gekleineerd, achteruitgezet, onderuitgehaald, op een hoop geveegd, in een hoek getrapt wordt.
Stel het je maar voor, of liever: kijk maar om je heen. Dus: niet harden wat dagelijks op grote schaal gebeurt. Soms kun je er iets aan doen, iets voorkomen, iets rechtzetten; en meestal kan je er tenminste ‘iets’ tegenover stellen, de kracht van de zorgvuldige aandacht, ook wel liefde genoemd. Waar dat gebeurt, gebeurt ‘opstanding uit de dood’.
(Citaat uit een boek van Huub Oosterhuis: Hagepreken, Baarn 1987, p.84)
opgenomen in Kerkklanken nr.2 2013

1. > Omtrent geloof: Sinaasappel
Op een goede dag besloot Maria om samen met het kind Jezus een klooster te bezoeken. De monniken waren zeer vereerd en wilden hun beste beentje voorzetten. Bij aankomst van de Moedermaagd stonden ze in een lange rij, en om de beurt lieten ze zien wat ze in hun mars hadden. De een was een groot geleerde, de ander een befaamd kunstenaar, en weer een ander kon mensen tot tranen toe beroeren met zijn voordrachtkunst. Helemaal aan het einde van de rij stond een verlegen monnik die eigenlijk niets kon. Toen Maria vol verwachting bij hem bleef staan, wilden de andere monniken al tot het volgende programmaonderdeel overgaan. Maar Maria bleef dralen, tot de monnik dan maar het enige deed wat hij ooit geleerd had. Hij pakte wat sinaasappelen en begon ermee te jongleren, want hij kwam uit een circusfamilie. Voor het eerst lachte het kindje Jezus. Het keek vol bewondering naar de monnik en klapte blij in de handjes. Maria overhandigde de monnik haar kind. En die dag mocht alleen deze armzalige monnik het kindje even vasthouden. Omdat hij Jezus kon laten lachen.

(gepubliceerd in kerkblad Kerkklanken van de Protestantse Gemeente Zunderdorp; bron: F. Bosman, God houdt wel van een geintje. Kleine theologie van de humor, Zoetermeer 2012, p.78; naar een verhaal van de Braziliaanse auteur Paul Coelho (*1947) in zijn boek De Alchemist)

%d bloggers liken dit: