Route 66 – 2. Exodus

Een nieuwe farao

Hier speel ik de rol van boze farao in de Musical Mozes (Barendrecht 2011)

Wat gebeurt er als een leider aan de macht komt die niet bekend is met de geschiedenis, met verhalen in het groot en in het klein? Zo begint het tweede bijbelboek na Genesis. De wijze en goede Jozef die ervoor gezorgd heeft dat Israël en zijn  familie kon blijven wonen in Egypte, overlijdt. De nieuwe farao, koning van  Egypte, heeft geen kennis aan de bijzondere geschiedenis.Hij ervaart de Israëlieten als bedreiging: het volk groeit maar door. Stokjes ervoor steken om de groei te beteugelen breken af op de levenskracht van het volk. Die kracht gaat uiteindelijk terug op God zelf, het leven gaat door.

Je voelt het misschien al aankomen: een nieuwe geschiedenis van bevrijding (exodus) wordt geboren. De bijbelse vertelkunst brengt het prachtig in beeld en onder woorden: Mozes, een kind van joodse origine, groeit op aan het hof van farao. Zijn social standing is groots. Toch neemt hij het op voor de Hebreeuwse slaaf die door een Egyptenaar wordt afgebeuld. Mozes moet uiteindelijk vluchten.
We komen uit bij één van de wat mij betreft mooiste stukken bijbeltekst: de ontmoeting van Mozes en God. Als hoeder van schapen moet hij steeds verder het land in. Uiteindelijk komt hij bij een berg waar hij ineens een dorre doornstruik in brand ziet staan. Gewoonlijk is zo’n struik binnen no time opgebrand. Hier bleef de struik in tact. Een stem vanuit dat hemelse vuur laat hem dichterbij komen. “Doe je schoenen uit”, want Mozes staat op heilige grond. God is daar waar je het niet zomaar zou verwachten. Ineens kan een verwaarloosbaar stukje grond kostbaar en bodem worden waaruit bevrijding wordt geboren. Mozes moet op weg gaan.  En God die zich als “Ik ben die Ik ben” heeft bekend gemaakt, gaat met hem mee.

Bevrijding

Mozes wordt met zijn broer Aäron de aardse vertegenwoordiging van de hemelse bevrijdingsdrang. De farao laat uiteindelijk het volk op weg gaan, als het harde hart van hem wordt gebroken. De dood van vele Egyptische eerstgeborenen waaronder zijn zoon. Het volk vertrekt. Door het doodswater heengegaan waar Mozes en het volk droogvoets de Rode Zee doorgingen. Ze komen uit bij de berg Sinaï – het robuuste teken waar hemel en aarde elkaar raken. Als je nagaat dat het Hebreeuwse woord voor berg bijna 100% lijkt op het Hebreeuwse woord voor ‘zwanger’, dan treft het volk daar een buik vol toekomst aan.
Daar ontvangt het volk de Tien Geboden (of Tien Woorden) van God. Woorden die worden ingeleid met: “Ik ben de Heer uw God die u uit Egypte bevrijd heeft” (Exodus 20). De regelgeving, de wet van God staat in het teken van bevrijding en vrijheid, zwanger van nieuwe toekomst.
Hieronder tref je een eigentijdse versie van de Tien Leefregels aan. Deze citeer ik uit het boek van Alex van Heusden, Intussen is het ook weer droog geworden, p.36-37:

Al deze woorden

Tien Geboden (Hebreeuws)1. Ik ben de God die jullie God is.
Ik heb jullie vrij gemaakt toen jullie verdrukt werden.
Zorg dan dat je vrij blijft, houd je aan mij.

2. Je kunt geen andere goden hebben in mijn aanwezigheid;
je mag er zeker geen vertoning van maken
– al die verbeelding van wat in de hemel boven
van wat op aarde beneden
van wat in het water onder de aarde is -;
je hoeft je aan hen niet te onderwerpen:
laat je dus niet dwingen tot arbeid voor hen!
Denk niet dat je alles van mij weet
als je voor jezelf een vastomlijnd beeld van mij gemaakt hebt.

3. Noem mijn naam niet
bij zaken waar ik niet mee te maken wil hebben.
Je draagt mijn naam niet voor niets.

4. Op mijn dag zal iedereen vrij zijn, dat moet je vieren.
Laat elkaar dan ook vrij op mijn dag.
Maak die dag van kracht voor iedereen.

5. Je vader en je moeder horen bij je.
Eer ze, opdat je dagen lange duur zullen hebben op de grond die ik je geef.

6. Niet moorden.

7. Niet ontrouw zijn.

8. Niet roven.

9. Je praat niet zo over een ander dat je niet te vertrouwen bent.

10. Je aast niet op de woning van je medemens. Je aast ook niet op de vrouw of de man van je medemens, noch op wie bij hen hoort, hun bezit, noch op al wat is van je medemens.

God wil wonen onder mensen

Je kunt je wellicht voorstellen, dat het volk trappelt van ongeduld. Toch moet Mozes wéér de berg op: 40 dagen en 40 nachten (Exodus 24). Nu wil God een woning maken, want Hij wil wonen onder de mensen. Dat is het bijzondere aan het bijbelse verhaal vergeleken met andere religies en heilige boeken: God wil dichtbij zijn. Hij geeft Mozes heel precies de inrichting aan van de nieuwe (mobiele) Woning (Exodus 25 t/m 31). Dat huis wordt de plek waar de mensen vieren en herdenken wat God in zijn hart heeft aan bevrijdingskracht, aan geduld, aan liefde.
Het kerkgebouw in dorp en stad is daarvan een teken, dat God nabij wil zijn. Het gaat dan natuurlijk vooral om de vierende gemeenschap van mensen tussen die vier muren, onder het dak van Gods liefde. Daarmee wordt de kerk een levend teken.

Ondertussen in Exodus 32, vers 1a – een mooi staaltje psychologie door de bijbelverteller:

“Het volk wachtte lang op Mozes”.

Het volk weet niet wat daarboven gebeurt. En Mozes weet niet wat er beneden gaat gebeuren.
De verteller doet er nog een schepje bovenop:

“Toen Mozes maar niet van de berg afkwam…” (vs.1b)

Letterlijk lezen we in het Hebreeuws: “Mozes schroomde om af te dalen…” Dit Hebreeuwse woord ‘schromen’ is afgeleid van het woord ‘schaamte’. Schroom bij Mozes die het volk uit Egypte heeft weggeleid, een soort van schaamte: “Wil God écht onder de mensen wonen, in een onheilige wereld? Dat God dat wil, dat Hij het bij ons denkt uit te houden…”

Het volk heeft genoeg geduld opgebracht. Mozes mag daar op die berg blijven. De Israëlieten proberen de toekomst zwanger van nieuwe mogelijkheden wat te versnellen: als God wil wonen onder de mensen, dan verbeelden we dat toch in een beeld? Het idee van het gouden stierkalf, afgekeken van de toenmalige omringende volken, is geboren. De broer van Mozes, Aäron, gaat aan de slag.

Hier een clip uit de film “The Ten Commandments” van Cecil B. DeMille als Mozes terugkomt van de berg Sinaï:

Hoeveel gouden beelden worden niet gemaakt in de geschiedenis, in ons heden, in de toekomst? Die beelden komen en gaan. Welke stappen zet jij zelf om de toekomst een handje te helpen? En hoeveel ongeduld kun je daar soms bij ervaren…
God laat zich niet vangen in mensenhanden. Het gouden beeld wordt verpulverd tot stof. Weg met de ballast van een afgodsbeeld.
Bijbelse bevrijding en vrijheid is Gods nodigende Hand op Hem te vertrouwen in plaats van jezelf te ketenen aan beelden, ideeën, belangen. Want die komen net zo hard op als ze weer verdwijnen. God blijft er altijd bij.

Leestips:

Exodus 3, vers 7 t/m 17 – God stelt zich voor aan Mozes.
Exodus 33, vers 12 t/m 20 en Exodus 34, vers 4 t/m 10 – de hernieuwde ontmoeting tussen God en Mozes.
Exodus 40, vers 34 t/m 38 – God gaat wonen onder de mensen.

Bezinningsvragen:

1. Zijn er omstandigheden buiten jou, binnen in jou, waarvan jij graag bevrijd zou willen worden?

2. Als je de tien geboden voor jezelf  nog eens doorleest, welke zijn voor jou onveranderlijk?
En welke zou je eventueel willen vervangen en waarom?

3. De wijze waarop God zich voorstelt aan Mozes in de brandende braamstruik en op de berg Sinaï: wat vind je daarvan? Past die manier van voorstellen bij jouw beeld van God of bij je zoektocht naar God?

4. Welk afgodsbeeld dat je hebt zou je willen verpulveren?

Voorgaande afleveringen:
Deel 0: Algehele introductie op de Bijbel-Route 66 reeks, klik hier.
Deel 1: Genesis, klik hier.
Deel 3: Leviticus – work in progress