Tagarchief: voorganger

Lege kerk in corona-tijd

“Hoe is dat nou, preken voor een lege kerk?” Deze vraag krijg ik diverse keren. Sinds het moment dat de Nederlandse overheid de regels van het sociale en maatschappelijke verkeer aan banden heeft gelegd vanwege de coronacrisis (12 maart 2020)  is ook de Alexanderkerk in Rotterdam waar ik werk als predikant, potdicht. Alles is afgezegd en afgelast.

Roesten

Roestende ring aan een deur (Damian Kamp via Unsplash)

Geen Bijbelstudiegroepen, geen ontmoetingen met kinderen, jongeren, ouders en ouderen. Geen lunchbijeenkomsten voor de 75Plussers. Geen Leren&Ontmoeten-avonden. Geen koffiedrinken op de dinsdagmorgen. Geen vergaderingen zoals kerkenraad, diaconie en College van Kerkrentmeesters. Geen koorrepetities. Geen verhuur aan VvE’s of andere partijen. Geen…. ik ben vast nog iets vergeten te noemen.  Wat doen we veel, dat valt op in dit lijstje. De Alexanderkerk is echt een levend organisme.
Alleen nu is ze écht stil.
Stilstand doet roesten.

Behalve op zondagmorgen. Lees verder Lege kerk in corona-tijd

Hoera! Startzondag DmB 15.9.2013

Hoera! Zo luidde het thema van de Startzondagdienst afgelopen zondag 15 september bij Diensten-met-Belangstellenden in Amsterdam was aanleiding voor een feestelijke en vreugdevolle ontmoeting. Er was veel belangstelling. Niet alleen voor het samen zingen en bidden en luisteren, ook voor de gevulde tafels met zelfgemaakt gebak. Diverse vrijwilligers hebben in het weekeinde flink ‘huis gehouden’ in de keuken. De opbrengst van de verkoop is volledig bestemd voor het werk van DmB. Een fantastisch bedrag van Lees verder Hoera! Startzondag DmB 15.9.2013

Poespas

“Kan de kerkdienst gewoon niet gelijk beginnen met de preek? Al die poespas vóór de preek hoeft toch helemaal niet.” Deze opmerking pikte ik onlangs op in de wandelgangen van de Bethelkerk. Het zou prima zijn om intochtslied, groet en ontfermingsgebed en glorialied e.d. over te slaan en gelijk om 10:00 uur (of 9:30 uur) de gemeente toe te spreken. De preek dient dan wel van goede, aansprekende kwaliteit te zijn. En, zo werd als bijkomend voordeel genoemd: je bent snel weer thuis. Lees verder Poespas

Mag het iets meer zijn? (deel 1)

“Als je een standbeeld van een christen zou maken, hoe zou dat er dan uitzien?”[1]
Bij mij komt het beeld van een christen voor ogen die niet naar het net te hoog hangend fruit grijpt, maar als een schaatser voorovergebogen met de uitgestrekte hand reikt naar de belofte van God.  De Heer komt aanstormen[2] om zijn Rijk definitief te vestigen. Het beeld van christen is voor mij dynamisch, beweeglijk, vasthoudend, sterk.  Tuurlijk, het gevaar van generalisering en “over één kam scheren” loert om de hoek. Toch is het goed om hierover na te denken: zet tien christenen bij elkaar en er zullen tien verschillende beelden worden gemaakt.

Bij het lezen van het nieuwe boek van de Zeeuwse predikant ds. Klaas Hendrikse “God bestaat niet en Jezus is zijn zoon” (Amsterdam, 2011) kwam een soortgelijke vraag bij mij naar boven: stel, je zou een standbeeld maken van de “iemand die zichzelf niet als ongelovig beschouwt, die probeert zijn eigen weg te zoeken te midden van mensen en stromingen die het met hem eens zijn dat er niet ‘niets’ is” (p.8), zoals Hendrikse zijn bedoelde lezer voor ogen heeft.

Deze lezer is ooit-kerkelijk-geweest, “inmiddels kerkverlater”, omdat er antwoorden in de kerk worden gegeven op vragen die niet gesteld worden (en vice versa). Deze lezer ziet de kloof tussen wat er in de (christelijke) kerk gebeurt en daarbuiten. Of de bedoelde lezer van Hendrikse  is niet-kerkelijk,  zoals Hendrikse zegt: “die met een grote boog om God of Jezus heenloopt” (p.9) maar wel op zoek zijn in de “veelheid van zingevingsaanbod”; deze de op voorhand christelijke kerken mijdende lezer is “eerder geneigd te geloven in ‘iets’ dan in wat in kerken ‘God’ wordt genoemd”.
Hendrikse raadt de lezer die kan wonen in de kerkelijke antwoorden omtrent God en Jezus, af zijn boek te lezen om niet aan het twijfelen te worden gebracht. Helaas zegt Hendrikse niet hoe deze twijfel dan zou worden ingekleurd, want ik vind het eerlijk gezegd nogal meevallen – toegegeven, ik ben theoloog en praktiserend christen. Degene die zou kunnen gaan twijfelen, zou sowieso niet in de categorie passen van mensen voor wie Hendrikse niet geschreven heeft.[3]

Een beeld maken van de niet per se christelijke god- en/of zinzoeker, de lezer die Hendrikse voor ogen heeft, zou in mijn ogen een figuur zijn met de ene hand tastend naar een zoekgeraakte sleutel en de andere hand afwerend naar elke bemoeienis van b(B)uiten; opvallend detail: het standbeeld heeft een zonnebril op om zich te beschermen tegen het zonlicht. Lees verder Mag het iets meer zijn? (deel 1)

Jij en ik zijn (niet) okay

In het lied “Smooth Criminal” van Michael Jackson uit 1987 (!) wordt veelvuldig gezongen “Are you OK?” Onlangs hoorde ik het lied op de radio. Wil je luisteren? Klik hieronder:

Het lied haakt bij een boek dat ik op dit moment aan het lezen ben voor de invulling van mijn studieverlof. Ik lees een recente homiletiek (preekkunde) van Duitse bodem, “Einleitung in der Homiletik van Dr Wilfried Engemann (2011), behoorlijk uitgebreid sinds de 1e druk uit 2001.

Het flink uit de kluiten gewassen boek à 548 pagina’s bestaat uit vier delen: 1. Het preekgebeuren (meeste bladzijden van het boek); 2. Basisaanwijzingen en leidende vragen bij de preekanalyse en het gesprek na de preek; 3. Theologie van de preek; 4. Helpende hand bij het maken van een preek.

Krenten uit de pap

De Duitse praktisch-theoloog Engemann weet op een aangename manier directe vragen te stellen en is to-the-point. Er wordt op homiletisch vakgebied zeer veel gepubliceerd en het aantrekkelijke aan Engemanns boek is dat hij de krenten uit de pap haalt en die kort en bondig voor het voetlicht zet met duidelijke voetnoten (en literatuurlijst!) waar hij zijn eigen bronnen verantwoordt.
Op dit moment lees ik nog in deel 1 van het kloeke werk. Toch wil ik alvast wat elementen naar voren brengen die mij hebben aangesproken. Niet in de vorm van een systematische analyse, maar al lezend en schrijvend associërend. N.B. ik neem geen Duitse citaten over, alle (werk)vertalingen zijn van mijn hand.

Lees verder Jij en ik zijn (niet) okay