Tagarchief: Openbaring 3 vers 12-17

Pasen opent de deur

De moeder bidt tot op hoge leeftijd voor haar zoon. Hij gaat al jaren niet meer naar de kerk. Hij heeft het instituut en het bijbehorende geloof achter zich gelaten, zo had ze mij verteld. Ik kom in aanraking met hem, als zij is overleden. De uitvaart vanuit de kerk doet hij enkel voor zijn moeder.

“Liefst had ik er geen dominee bij gewild. Ik doe dit uit respect voor mijn moeder”,

zo zegt hij tegen me. Na de uitvaart van zijn moeder in de kerk waar ze altijd kwam, zie ik hem niet meer. Tot een half jaar na de begrafenis. Ik weet dat nog heel goed. Hij zit daar in de kerkzaal. Ik ben verbaasd. “Huh?”, frons ik lichtvoetig. Hij knipoogt terug.

Geraakt in het hart

Na afloop van de dienst spreek ik hem aan, als de kerk uitgaat: “Wat leuk dat je er bent!” “Ja”, zegt ie, “ik moest er zijn vanmorgen. De deur van de kerk staat open, als spiegel van de deur van mijn hart. Volgende week ben ik er weer.”
Inderdaad, hij is er weer. Hij was geraakt door een lied. Door één zin in mijn preek toen, de sfeer, door God. Zo is een gebed verhoord van een moeder die het niet meer mee kon maken.

Geopende deur

Lees verder Pasen opent de deur