Tagarchief: de dood

Passie en Pasen in de kunst (4) – Mahler 2e Symfonie

Het feest van de opstanding van Jezus Christus lijkt zo gauw weg te ebben als de week vordert. De dagelijkse besognes op het werk of thuis of waar je ook mee bezig bent, lijken zelf als luiken te werken. Da’s een ander beloken Pasen dan die we zullen vieren a.s. zondag. De paasvreugde kreeg gisteravond een flinke dot energie. Met een twaalftal gemeenteleden hebben we geluisterd naar de Tweede Symfonie (1888-1894) van Gustav Mahler (1860-1911).  Na een korte introductie van het veelbewogen en tragische leven van deze Tsjechische componist waar hij reeds op jonge leeftijd een aantal broers en zussen verliest en op zijn 30e zijn beide ouders, hebben we ons verdiept in complexe thematiek van het meesterwerk. Het worstelen met de zin van het leven en met de dood is een constant existentieel thema in zijn leven. Zoals Mahler dat zelf verwoordt in 1894, na de afronding van de compositie:

“Waarom heb ik geleefd? Waarom heb ik geleden? Was alles alleen maar een grote, vreselijke grap?” En: “Ik word me steeds meer bewust van mijn levensprobleem, namelijk hoe we het wrede en het slechte in de schepping kunnen rijmen met de goddelijke goedheid en almacht.” Lees verder Passie en Pasen in de kunst (4) – Mahler 2e Symfonie

Passie en Pasen in de kunst (2)

Deze Goede Vrijdag lees ik vanavond in de Bethelkerk, 19:30 uur in Barendrecht, delen uit het lijdensevangelie van Jezus Christus.  De meditatieve toespraak zal gaan over het vierde Kruiswoord van Jezus: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” (Matteüs 27, vers 46; NBV2004-vertaling)
Ik had een schilderij kunnen kiezen waar Jezus aan het kruis hangt. Echter het schilderij van de Nederlander Hiëronymus Bosch (geboren als: Jeroen Anthoniszoon van Aken, c. 1450 – August 9, 1516) getiteld “Jezus wordt gekroond met doorns” (1490-1500) houdt mij bezig vandaag.

De scène die Bosch hier verbeeldt is te vinden in Matteüs 26, vers 28 en 29. Jezus is dan reeds ondervraagd door de burgemeester van Jeruzalem, Pilatus, en de hogepriester Kajafas. Eerstgenoemde ziet geen schuld in Jezus. Hij wil Hem laten gaan, maar daar wordt heftig tegen geprotesteerd. Uiteindelijk wast Pilatus zijn handen en zegt dat hij niet schuldig is aan de dood van deze man tegenover de menigte mensen: “Zie het zelf maar op te lossen” (Matteüs 26,24) Pilatus laat Jezus kruisigen na Hem eerst te willen geselen.
De Romeinse soldaten weten wel raad met Hem. Lees verder Passie en Pasen in de kunst (2)