Archief 2011

Op deze pagina zijn citaten en/of stukjes tekst te lezen die ik recent in heb gelezen of gezien in het jaar 2011.

5. > Omtrent geloof: straatbijbel

Het is nog geen advent, maar toch alvast een voorproefje in straattaal: “De maagd zal pregnant zijn en bevallen van een babyboy. De peeps zullen Hem de straatnaam Immanuël geven.” Dit is een citaat uit de Straatbijbel met de Torrie van Mattie (het Evangelie naar Matteüs) die 8 november j.l. uitgekomen. In dit boek is het evangelie vertaald naar de straattaal zoals die wordt gesproken in Rotterdam-Zuid.
Op de website www.straattaal.nl is het boek te bestellen en is een aantal geluidsfragmenten te horen waar delen uit het Matteüs-evangelie wordt voorgelezen. De Straatbijbel is voortgekomen uit een samenwerking tussen Youth for Christ, het Nederlands Bijbelgenootschap en Ark Mission.
Auteur Daniel de Wolf (*1973) was Youth for Christ-jongerenwerker in een Rotterdamse achterstandswijk. De Wolf geeft nu in diezelfde wijk leiding aan een kleine buurtkerk met veel jongeren. Hij schreef ‘De Torrie van Mattie’ onder meer met jongeren uit zijn wijk. De Wolf: “Veel jongeren vinden het lezen van de bijbel lastig. Voor jongeren uit  de straatcultuur geldt dat nog sterker. De taal van de bijbel staat zo ver van hun wereld af. Toch hebben ze vaak nog wel iets met het christelijk geloof. Door het Evangelie van Matteüs te vertellen in hun eigen taal, kunnen we hen helpen met hun vragen over het geloof”, aldus het persbericht.

(gepubliceerd in Klankbord, november 2011)

4. > Tekst voor Stille Tijd: “De kostbare diamant in je eigen zak”
Op een dag zag de meesterzakkenroller een man die een volmaakte diamant kocht. Jarenlang had hij op deze diamant gewacht. Koste wat kost wilde hij hem hebben. Dus volgde hij de man die de diamant gekocht had. Toen de man een treinkaartje naar Rotterdam had gehaald uit de automaat, deed de zakkenroller precies hetzelfde en ging zitten in de coupé zitten waar ook de man zat.
Op het moment dat de man naar het toilet moest (want dat kon nog in deze trein), doorzocht de zakkenroller de hele coupé naar die diamant. De man kwam terug, ging gemakkelijk zitten, wreef even over zijn voorhoofd, keek naar handen en sloot langzaamaan zijn ogen. Terwijl hij sliep, zag de begerige zakkenroller zijn kans schoon. Maar opnieuw: de diamant was onvindbaar. De zakkenroller was hevig verontwaardigd: niemand kan zo goed ongevraagd de zakken legen van anderen en juist bij deze man lukt het niet.
Bij het verlaten van de trein in Rotterdam kun de zakkenroller de prangende vraag niet voor zich houden en vroeg de man met de diamant: “Waar is de diamant gebleven? Zelfs voor een meesterzakkenroller als ik was het onmogelijk de diamant te pakken te krijgen.”
De man keek de zakkenroller bedachtzaam aan: “Ik zag hoe u mij observeerde toen ik de diamant kocht. Toen u daarna in de treincoupé verscheen, wist ik dat u het op mij gemunt had. Ik vermoedde wel dat u erg slim moest zijn en ik vroeg me af hoe ik de diamant zodanig zou kunnen verstoppen, dat u hem nooit zou vinden.” De man pauzeerde even tussen twee ademhalingen. “Dus verstopte ik hem in uw eigen zak.”
De diamant die je aan het zoeken bent, is dichtbij, dichterbij dan je adem. Maar jij doorzoekt de zakken van God. Maak de zakken van je denken helemaal leeg. Zoek daar waar geen afstand bestaat en waar niets te doen valt.

(geplaatst op 1 november 2011; naar een verhaal uit: Marcel Messing, De laatsten zullen de eersten zijn (Bloemendaal, 2001, p.134)

3. > Tekst voor Stille Tijd: “De lol van christen-zijn”
Ik heb nooit begrepen waarom christenen het beeld hebben gekregen van saaie, oninteressante mensen die zich hebben toegelegd op het uitbannen van elk spoortje humor, opwinding en avontuur in hun leven.
De lol van christen-zijn – en het is lol – bestaat hieruit, dat je elke ochtend wakker wordt met de kans op weer een nieuwe stap, een nieuw inzicht, een nieuw facet van Christus dat zich in je kan vastzetten. Mensen en dingen raken snel voorspelbaar – maar Christus nooit!
Ik heb me nooit goed kunnen inleven in mensen die hun hele geloof baseren op slechts enkele bijbelteksten of het bezoeken van zorgvuldig geselecteerde, specifieke kerkelijke bijeenkomsten of activiteiten. Zelfs in de gangbare traditionele kerkdienst, die volgens een vast patroon verloopt, kan men de inventiviteit van God niet smoren. Er hoeft zich maar één regel uit een lied of een bijbeltekst te ontworstelen aan de statische, versleten zondagse monotonie, en het hart van de wereld slaat bij ons een slag over.
Mensen zeggen vaak dat ze op Christus bouwen voor meer geloof, hoop en vrede. Dat doe ik ook. Maar het geweldigste vind ik nog de kunst waarmee Hij, dwars door de nevel van mij ontoereikendheid en onhandigheid heen, het juiste moment eruit weet te pikken om een nieuw slot te laten openspringen, waarna de deur openzwaait naar een nieuw vergezicht.
Soms gebeurt dit als ik alleen ben. Soms als ik naar iemand anders luister. Soms onder het werk. Christus heeft me zelfs eens wakker gemaakt met een schouderklop. Soms zie ik het. Andere keren hoor ik het, of voel ik het. In ieder geval bezorgt het me altijd een glimlach.
Het moet wel erg saai zijn om geen zoekende christen te zijn en de verrassingen van Christus nooit te ervaren

(geplaatst op deze pagina: 28 oktober 2011; uit: Lois A. Cheney, God is geen dwaas, Barneveld 2011, p.54-55)

2. > Omtrent geloof: Mildheid
“Vaagheid maakt geeuwend, helderheid houdt wakker. Mildheid huwt zich duurzamer met helderheid dan met vaagheid.”

(geplaatst op deze pagina: 26oktober 2011; uit: A. Bodar, Tot dienen geroepen, Amsterdam 2010, p. 17)

1. > Omtrent geloof: God zoeken
God zoeken doe je het best gewoon daar waar je leeft en zucht en ploetert. De meest aangewezen weg naar God lijkt te zijn: de weg van de oprechte menselijkheid.
Willen zijn die je bent, doen waarvoor je geboren bent, proberen te zijn mét je medemensen; dat lijkt het meest natuurlijke startpunt om op zoek te gaan naar God.

(geplaatst op deze pagina: 26 oktober 2011; uit:  J. Bluyssen & G. Rooijakkers, God verborgen en nabij, Amsterdam 2002, p.60;)

%d bloggers liken dit: