Categoriearchief: Permanente Educatie

Bestaat God? (deel 3) – Kracht van het Verhaal

Michel Onfray (foto via Google)

“Overal heb ik wel geconstateerd hoezeer de mens fabuleert om de werkelijkheid niet onder ogen te hoeven zien. Het scheppen van achterwerelden zou nog niet zo erg zijn als de prijs ervoor niet zo hoog was: het vergeten van de werkelijkheid, dus de afkeurenswaardige verontachtzaming van de enige wereld die bestaat.

Geloof botst met immanentie, dus met het eigen ik, terwijl atheïsme verzoent met de aarde, anders gezegd met het leven zelf.”

Deze zinnen heb ik geciteerd het boek Atheologie (2005, p.16-17) van de Franse filosoof Michel Onfray (*1959). Hij is hoogleraar filosofie in Caen. Zowel in Frankrijk als daarbuiten is hij een vurig pleitbezorger van atheïsme én van het zuigen van alle vrolijkmakende sappen uit het leven, Lees verder Bestaat God? (deel 3) – Kracht van het Verhaal

Bestaat God? (deel 2) – Blablabla vs nuance

“Je gaat naar de hel”

Okay, geloven in God, dat doe ik. Atheïsme is niks voor mij. Althans, ik ben wel content dát het er is. Zou het atheïsme een uitvinding kunnen zijn van God, dat Hij de atheïst heeft geschapen? Alsof Hij wrijving wil geven om te kunnen glanzen.

Op dit moment is zo’n 25% van de Nederlanders atheïst. Ik ken ze in diverse netwerken. De meesten willen niet erover praten: de passieve atheïst. De rabiate atheïst is wel hoorbaar en vaak niet benaderbaar. Ach, hoe het ook zij: atheïsme houdt mij dus alert bij de vraag waarom ik geloof in God. Als ik spreek over God, Wie bedoel ik dan, wat betekent dat in concreto  etc.  Het gesprek tussen godgelovigen en godloochenaars dient ten allen tijde plaats te vinden.

Alleen, er zijn voorbeelden te over hoe het naar mijn mening niet zou moeten. Een recent voorbeeld vind ik van de week op het YouTube-kanaal van PownedTV. Lees verder Bestaat God? (deel 2) – Blablabla vs nuance

Bestaat God? (deel 1) – Boterletter en atheïsme

Boterletter S(lang)

Als predikant ben ik nu vier jaar werkzaam in Amsterdam en in het dorp Zunderdorp ten noorden van de big city. In dit deel van Gods Wijngaard woekert de ontkerkelijking flink door. De gelijkenis van Jezus Christus over de zaaier (Lucas 8, vers 5vv) komt me prangend voor ogen: het zaaien van het zaad, Gods woord (vers 11), valt hier vooral op rotsgrond. Of de grond is zeer schraal. Ik merk een groeiende onverschilligheid op. Er is nauwelijks belangstelling voor het christelijk geloof. Of vanuit ander perspectief, zoals een Amsterdammer in hart en nieren een keer tegen mij zei:

“Goh, dat je bij een christelijke kerk hoort. Dus je gelooft in een god? Nou, die god van jou is een boterletter. Je hebt er niets aan. De tranen van de wereld spatten van de krantenpagina’s.”

Als ik wat doorvraag, dan is er nauwelijks een tochtgaatje bij de ander te vinden. Hoe kan ik aanhaken bij de zingeving, bij wat van waarde is in het leven van de ander? Laat staan om een koppeling te vinden met (het woord) God. Ik zie de vraagtekens al in de opgetrokken wenkbrauwen van de ander wanneer hij hoort, Lees verder Bestaat God? (deel 1) – Boterletter en atheïsme

Studieverlof “Homilie met Dalí” (vervolg)

Salvador Dalí (1950) Foto: Willy Rizzo

Bijna twee jaar verder en ik kan de draad weer oppakken die ik in eind oktober 2011 heb neergelegd. In mijn vorige gemeente Barendrecht heb ik een begin gemaakt met het driemaandelijkse studieverlof: “Homilie met Dalí”. In verband met het aangenomen beroep vanuit en het verhuizen naar Zunderdorp en Amsterdam en in overleg met bestuur en kerkenraad is afgesproken dat ik de resterende twee maanden in 2013 kon gebruiken.

Vanaf nu tot en met 25 augustus  heb ik de tijd om verder te gaan met de vraag of de kunstschilder Salvador Dalí mij kan helpen een preek te schrijven. Deze insteek heeft verschillende boeiende kanten: enerzijds kan ik mijn kennis rondom preekkunde (homiletiek) weer opfrissen en bijspijkeren. Anderzijds kan ik me verder verdiepen en daarmee lijntjes leggen tussen kunstgeschiedenis en theologie en dan met name de boeiende biografie en gedachtenwereld van Dalí. De naam Dalí roept steevast reacties op. De een vindt zijn kunst vulgair en lelijk. De ander spreekt in superlatieven. Door hem gemunte uitdrukkingen als “paranoïde-kritische methode” of “concrete irrationaliteit” lijken op het eerste gezicht vaag en verwarrend. Tegelijk zetten ze mij op scherp, nu ik meer weet van de achtergronden van deze woorden. Daarover meer in de komende periode.

Wat ik tot nu gedaan heb, een overzicht: Lees verder Studieverlof “Homilie met Dalí” (vervolg)