Godsbeeld van mineur naar majeur

Klagen in muziek

Muziek waar de mens klaagt tot God komt bij mij extra binnen. In de Bijbel zijn intense voorbeelden van liederen en teksten vol klacht te vinden: de Klaagliederen van Jeremia of die van Amos en Ezechiël. Ook buiten de Bijbel én in onze huidige cultuur uit de zingende mens haar of zijn klacht richting God. De neiging om slechts aan klassieke muziek te denken, begrijp ik. Echter, in de popmuziek is ook genoeg te vinden aan klaagliederen.

Appels en peren

Ik maak een wellicht wat gewaagde vergelijking tussen een hedendaags popliedje van Lily Wood “Prayer in C” (2010) en een klassieke cantate van Johan Sebastian Bach “Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen” (1714). De zweem van appels en peren vergelijken hangt natuurlijk in de lucht. Het gaat mij erom te laten zien, waar de een blijft hangen in de aanklacht en het klagen tot God zonder enige zelfreflectie, de ander juist de klacht weet te kneden naar doorleefde vreugde.

Indringende klacht

Lily Wood, artiestennaam van de in Israël geboren en nu in Frankrijk wonende Nili Hadida, schreef als 24jarige in 2010 het lied “Prayer in C” (vertaald: Gebed in C). Het lied bevat een aantal coupletten waar de klacht tot God (Yah in de tekst) stapsgewijs indringender wordt. I.v.m. de ruimte plaats ik alleen couplet 1 in het Engels en een eigen werkvertaling van alle coupletten. De complete songtekst is o.a. hier te lezen, klik hier.

1 Yah, you never said a word
You didn’t send me no letter
Don’t think I could forgive you

1. God, U zei nooit een woord
U stuurde mij niets, zelfs geen brief
Denk maar niet dat ik U kan vergeven

2. Zie onze wereld langzaam doodgaan
Ik verspil niet langer tijd
Denk maar niet dat ik U kan geloven

3. God, onze handen rimpelen
En ons haar wordt grijs
Denk maar niet dat ik U kan vergeven

4. En zie de kinderen verhongeren
En hun huizen zijn verwoest
Denk maar niet dat zij U kunnen vergeven

5. Hé, wanneer zeeën vaste land bedekken
En mensen er niet meer zijn
Denk maar niet dat U Uzelf kunt vergeven

6. God wanneer er enkel stilte is
En het leven is voorbij
Denk maar niet dat U Uzelf kunt vergeven

Gebalde vuist

Haar klaaglied is ingrijpend en direct, als een gebalde vuist richting God. Het klinkt oprecht. De zangeres vraagt de aandacht van God voor de wereld die stervende is, waar de mensen ouder worden, waar kinderen honger lijden en hun huizen verwoest zijn. Ze wijst ook nog naar de klimaatveranderingen: zeeën overspoelen het vaste land en mensen zullen verdwijnen; een wrange knipoog naar het Bijbelverhaal over Noach en de zondvloed.  Het oordeel van de zangeres is stevig, hetzij voorbarig hetzij door schade en schande ontdekt zij: het zal met God niets worden.

Godsbeeld van Lily Wood

Of het nou gaat om een popliedje als een klaaglied richting God of een cantate van Bach (waarover straks meer) – steeds vraag ik me af welk godsbeeld de artiest of kunstenaar voor ogen heeft. Ik vermoed dat het godsbeeld bij Lily Woord gevormd is met een god die moet doen wat zij wil. Blijkbaar kan Hij ingrijpen om de dingen recht te zetten. Alleen: Hij doet dat niet en dat neemt ze Hem kwalijk. De klacht is geboren: “Ik krijg niet geleverd waar ik om heb gevraagd” om het wat populair in consumententaal te formuleren. De deur zit voor de aanklager potdicht. Er is geen tochtgaatje te vinden.

Oordeel of verlangen?

Is hiermee het lied afgeschreven vanwege het eenzijdige oordeel en dito keuze? Gaat het echt om veroordeling alleen of zit er juist iets van verlangen in deze klaagpsalm van Lily Wood? De zangeres doet nog een poging om God te bidden dat Hij ziet wat zij ziet. Verlangen dat het anders kan en anders moet.

Klaaglied van Bach

Een dergelijk verlangen hoor ik terug in de 12e cantate van Bach: Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen. Hij heeft deze cantate geschreven in het jaar 1714, bedoeld voor de derde zondag na Pasen. In de lutherse traditie heeft die zondag de naam Jubilate gekregen naar de eerste verzen van Psalm 66: “Juich voor God, heel de aarde” (vers 1b Herziene Statenvertaling).

Deze prachtige cantate begint met een sinfonia van indrukwekkende schoonheid als een meditatief klaaglied. De hobopartij heeft een tastende, voorzichtige toon. Het koor zet daarna in met de titelwoorden:

Weinen, Klagen,Sorgen, Zagen,
Angst und Not
sind der Christen Tränenbrot,
die das Zeichen Jesu tragen.

Wenen, klagen, bezorgd zijn, vrezen,
angst en nood
zijn het tranenbrood van de christenen
die het teken van Jezus dragen.

Beginnend met een wat voort sjokkend motief hoor ik de schurende noten die het koor zingt bij de woorden wenen en klagen.

Eerste pagina van de partituur van BWV12

 

Het middendeel van de sinfonia verandert van mineur naar majeur, alsof er hoop doorbreekt wanneer de woorden “die het teken van Jezus dragen” klinken te midden van alle zonde, beproevingen, en uitdagingen die een christen ervaart in het leven van alledag.

Bedroefd

Deze Jubilate-zondag heeft als vaste lezing Johannes 16, vers 16 t/m 23. Daar spreekt Jezus Christus met zijn leerlingen over Zijn afscheid én Zijn spoedige terugkeer. De leerlingen hebben vragen bij de ietwat cryptische woorden van hun Meester. Jezus zegt: “Voorwaar, Ik zeg u dat u zult huilen en weeklagen, maar de wereld zal zich verblijden; en u zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden” en: “Ook u hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u weerzien, en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.”  (vers 20 en 22 HSV)

Godsbeeld van Bach

De wereld waarin wij als christenen leven heeft de status van voorlopigheid. De gebrokenheid, de klacht, het huilen – dat alles zal hier blijven. Bach laat in deze cantate een ander licht schijnen, terwijl het in het popliedje “Prayer in C” van Lily Wood donker blijft. Het godsbeeld dat ik hier zie oplichten bij Bach is dat van trouw, hoop en leiding.  De belofte van Jezus Christus zal waar worde, dát Hij terug zal komen waarmee God Zijn Koninkrijk definitief zal vestigen.

Het welbekende slotkoor dat we herkennen in lied 909 in het Nieuwe Liedboek 2013, is zo anders van aard dan het slot van “Prayer in C”:

Was Gott tut, das ist wohlgetan,
dabei will ich verbleiben,
es mag mich auf die rauhe Bahn
Not, Tod und Elend treiben,
so wird Gott mich
ganz väterlich
in seinen Armen halten:
drum laß ich ihn nur walten.

Wat God doet, dat is welgedaan,
daar wil ik mij aan houden,
al jagen nood, dood en ellende
mij ruwe wegen op,
God zal mij
heel vaderlijk
in zijn armen houden:
daarom laat ik enkel hem besturen.

Mineur wordt majeur

Waar ik mijn klagen, mijn verdriet en zorgen kwijt kan, zingend en biddend, zoals de zangeres Lily Wood en Johan Sebastian Bach doen in hun muziek, zo biedt de Duitse meester een belangrijk doorkijkje waar het bij de zangeres potdicht zit: te midden van alle voorlopige mineur klinkt Gods definitieve majeur, van klacht tot kracht.

Robert-Jan van Amstel, 20 juli 2021
(deze tekst is aangepast opgenomen in het blad Confessioneel-Credo, jaargang 2021 nr. 12 (juni 2021)

Gebruikte bronnen en literatuur:
Corjan Matsinger, Heilige Herrie. Geloven in de popmuziek, Amsterdam 2020

Lily Wood / Nili Hadida: https://fr.wikipedia.org/wiki/Nili_Hadida

Tekst en achtergrondinformatie “Prayer in C”: https://genius.com/Lilly-wood-and-the-prick-prayer-in-c-robin-schulz-radio-edit-lyrics

Tekst en vertaling Cantate 12 van J.S. Bach inclusief goede achtergrondinformatie:
https://www.eduardvanhengel.nl/werken/BWV_12