Ik kijk mijn ogen uit – toerusting voor het pastoraat

Voor ik over pastoraat begin, eerst een brok prachtige poëzie:

Licht, van mijn stad de stedehouder,
aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
draag mij, ik ben jouw kijkend kind.
Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.

Huub Oosterhuis is de dichter van deze woorden. Ze vormen het 2e couplet van het lied “Licht dat ons aanstoot in de morgen”, o.a. te vinden in het Nieuwe Liedboek, lied 601, klik hier om te luisteren. Ik citeer dit gedicht van Oosterhuis, omdat voor mij een belangrijke kern van het pastoraat wordt verwoord. Het licht dat van de Vader, God, zelf is, vormt een steevaste schouder – betrouwbaar en vaststaand. Dit licht en deze schouder draagt of dragen mij, net zoals de Goede Herder het teruggevonden schaap op de schouders heeft. Hij draagt jou en mij, want zo kunnen we meezingen: “ik ben jouw kijkend kind”. Ieder mens staat in dit intieme verband en verbond met God.

Omkering

Tegelijk maakt Oosterhuis een o zo sterke omkering: want het kind dat gedragen wordt door het licht, zo wordt het kind drager van dat licht en kijkt het licht uit de ogen van mij en jou. Kijken of ergens al de wereld daagt – niet alleen de blik gericht op God; vanuit dat kijken leren we de wereld zien of er toekomst is, een uitweg, een voortgang, een nieuwe start, vergeving, aanvaarding, barmhartigheid, opstanding. De wereld heeft ten slotte de goddelijke aanleg waar mensen waardig kunnen leven – we kijken onze ogen uit in het omzien naar elkaar.

Pastoraat in dienst van de Pastor

Foto: Myriam Zilles (via Pixabay)

Er worden nog steeds dikke boeken en lange artikelen geschreven over wat pastoraat is en welke vormen inmiddels in gebruik zijn. Pastoraat, maar dat wist u allang, heeft te maken met de pastor, de herder in het Latijn. Herderlijke zorg geven. Dat is niet enkel voor de professional als de dominee of de kerkelijk werker. Nee, dat is voor iedereen. We zijn allemaal pastores omdat dé Pastor, dé Herder Jezus Christus via Petrus de christenen de taak heeft gegeven: “Weid mijn lammeren. Weid mijn schapen.” (Johannes 21) In 1 Petrus 5 lezen we dat Hij de Opperherder is.

Wat voor pastoraat we ook doen – huisbezoek, kringgesprek, een diaconaal project, elkaar spreken bij de koffie, het bloemetje brengen, aanwaaien in het ziekenhuis of verpleeghuis, vragen hoe het gaat met een luisterend oor voor wat je hoort – alles doen we in dienst van de Goede Herder, Jezus Christus zelf.

Vier vormen van pastoraat

Ik zal u niet vermoeien met moeilijke-woorden-pastoraat. Er is kerugmatisch pastoraat waar de pastor of u de bezoeker de verkondiger bent van de genade van God en daarin te delen met degene die u bezoekt en spreekt. Of wat te denken van therapeutisch pastoraat dat vooral het gevoelsleven van de pastorant serieus neemt en de pastor als helpen aanwezig is. Praat over je gevoelens en dat is al de helft van genezing of opluchting; want in ieder mens zit Gods helende kracht.

Weleens gehoord van het charismatisch pastoraat? In dat model van pastoraat speelt de Heilige Geest een belangrijke rol. Gods Geest werkt bevrijdend en genezend sinds Pinksteren. Er wordt accent gelegd op gebed, handoplegging, loflied en elkaar zegenen. Ieder mens heeft één of meerdere gaven, charismata in het Grieks.

Nog ééntje dan: hermeneutisch pastoraat. Dat wil zeggen: komen tot verstaan van elkaar en de eigen ervaringen – vaak in verhaalvorm – in het licht van Bijbel en traditie, het Verhaal van God. In de bipolariteit van openbaring en ervaring, geloof en leven daar vindt de ontmoeting plaats tussen bezoeker en bezochte.

Pastoraat heeft altijd een begin

U heeft nu gezien dat er diverse modellen van pastoraat zijn te vangen in een viertal moeilijke woorden; voor meer info verwijs ik u graag naar het goed leesbare boek Liefdevol oog en open oor onder redactie van H.C. van der Meulen (p.11 t/m 20. klik hier).

Omdat de insteek van mijn bijdrage vooral is om de praktijk van het bezoekwerk wat toegankelijker te maken en om de vrijwillige bezoeker toe te rusten, wil ik delen in een beeld dat ik zelf heb van pastoraat. Inmiddels ben ik 18 jaar predikant. In die jaren heb ik talloze gesprekken gehad, binnen en buiten kerkelijk verband. Het klinkt als een open deur en toch is het zo: pastoraat heeft altijd een begin. Pastoraat begint niet pas als de koffie dampend op het dressoirtafeltje staat en de eerste vraag wordt gesteld.

Het pastoraat begint al bij de eigen voorbereiding voor u op bezoek gaat: gaat u in gebed en legt u aan God voor waar u dankbaar voor bent en waar u eventueel tegenop ziet? Leest u een paar regels uit een Psalm of uit de Nieuwtestamentische brieven? Ga niet alleen de deur uit, ga met God samen. Ook het aanbellen en het binnenkomen van het huis door de voordeur van degene die u bezoekt is pastoraat. Of, in een ziekenhuis- of verpleeghuis-setting, ga ik een ‘drempel’ over wanneer ik een zaal binnenstap waar één of meerdere bedden staan. Kort gezegd: ik kom terecht in iemands levenssfeer – thuis, de eigen privéruimte of het bed in het ziekenhuis, de rolstoel in het verpleeghuis.

Omkering: de bezoeker wordt rondgeleide

Ik kom als bezoeker bij de ander, de pastorant. Nu komt het: tegelijk vindt er een omkering plaats. Net zoals Oosterhuis dat doet in de tekst hierboven, licht dat mij draagt wordt licht dat ik draag als “kind in mij”. Ofwel: ik word van gespreksleider een gespreksgeleide, ik word “kijkend kind”. Degene die ik bezoek, die laat ik rondleiden, hij/zij wordt mijn gids in plaats van dat ik herderlijk-gidsend aanwezig ben. Ik maak dat niet bewust bij de ander, zo sta ik er zelf in.

Rondleiding

De rondleiding begint met de ruimte wáár iemand is, woont, verblijft. Sommigen wonen al 20 of 30 jaar in hetzelfde huis. Vaak zien ze niet meer waar ze in wonen, omdat ze het zo gewend zijn. Dan wordt mij de kans gegund om aandacht te vragen voor de foto’s aan de muur. Ik zie bijvoorbeeld een koppeltje kinderen van 6 tot 10 jaar. Blijkt de foto al decennia oud te zijn. Dus de kleinkinderen zijn allang volwassen en volgen hun eigen levensdraad. De tekeningen van kinderen in de hal van een jong gezin zijn mooi ingelijst.

Er liggen boeken op tafel bij die ene alleenstaande. De sta-op-stoel in de hoek van de eigenwijze oudere die koste wat kost in eigen haar huis wil wonen. De verzameling van glazen olifantjes of lepeltjes uit diverse steden die al pronkstukken achter het fris geboende glas staan. De geur van de woonkamer. De kleur van de gordijnen. De tikkende klok. De Senseo die koffie pruttelt. God is meer dan alleen iets van hoofd en hart. Geef oog, oor en neus de ruimte om God de zintuigen aan te laten raken.

Het landschap van iemands leven

Mensen praten samen (foto: Priscilla du Preez via Unsplash.com)

Degene die ik bezoek leidt me tijdens het gesprek rond. Of neemt me naar andere landschappen terwijl we in gesprek zijn. Ik zie het zo voor me, terwijl de pastorant vertelt: bergen en dalen, kronkelwegen, recht toe recht aan paden, doodlopende straten. Praten over het geloof, over God en Jezus Christus, over de preek van afgelopen zondag of die ene preek die al 40 jaar meegaat in het hart. Over het leven van alledag. Over de ziekte die er is. De pijn van rouw en verlies. Over de kleinkinderen die zo goed meekomen. Over de eenzaamheid. Over de mooie reizen en het zonlicht dat iedere dag weer zichtbaar is. Over de slaap, over dromen, over haat en jaloezie, over vreugde en berusting. Over geluk en ongeluk. Over het kwaad en onrecht in de wereld  of in het eigen hart. Het falen en weer opkrabbelen. De trots van de overwinning.

Er komt echt van alles voorbij tijdens zo’n rondleiding door iemands leven. Ik als pastor, als luisteraar, laat me gráág rondleiden. Ik kan vragen stellen – wat ik daar zie? Hoe voelt dat voor jou? Wat heb je hier achtergelaten? Wat zijn je meest ingrijpende ervaringen geweest? Tijdens zo’n pastorale rondleiding kan dus van alles gebeuren. Degene die jij bezoekt houdt de regie en autonomie.

Verwondering

Dat is de rijkdom van het pastoraat en het luisterend oor. Het vertrouwen dat mij gegeven wordt tijdens de ontmoeting met de ander. Iedere keer ben ik God dankbaar dat ik dit werk mag doen. Steevast ben ik weer verbaasd of ontroerd of verwonderd of verrukt of blij hoe mensen weer kunnen opkrabbelen, kunnen opveren, weer de levensdraad op kunnen pakken.

Daarbij als pastor, als gelovige kan ik veel leren hoe mensen hun levensverhaal meer of minder in verbinding brengen met God, soms heel direct of juist vaag-indirect of bijna-afwezig-aanwezig om het wat paradoxaal te zeggen. Geloof en vertrouwen in God, in Jezus de Herder, in de Geest als de Trooster van mensen zie ik regelmatig terugkomen. Ik heb door de jaren heen verschrikkelijk veel bijgeleerd en verwonderd. Wie ben ik als pastor? Een reisgenoot, een herder, een gids, bondgenoot, helper, een betrokken tegenover.

Wie is de ander die ik tegenkom voor mij? Een kind van God. Een schepping van Gods Liefde, Zijn evenbeeld.
Waar tref ik God aan? Juist daar waar mensen met ontferming en uit liefde met elkaar omgaan. Elkaar zien zoals Jezus ons ziet.

En tóch…

Blije kinderen (foto: Caroline Hernandez via Unsplash)

Iedere keer weer – of het gesprek nou wel of niet ‘gelukt’ is, ik merk steeds weer de verrassing van zingeving, dat: “en tóch”, waar de Bijbel zo krachtig in spreekt. “En tóch!” Toch is daar de deur, het luikje, het tochtgaatje van perspectief, iets van Opstanding, iets van Pasen dat in ieder mens is gegeven door God. Iets van het Licht dat mij draagt, dat door mij heen naar buiten kijkt.

Als dominee ga ik dus mee in iemands landschap. Vanuit de verwondering, vanuit mijn geloof dat de ander ook drager is van Gods licht. Het is de verrassing dat ook die ene 70plusser of die bijna 100jarige of die dwarse 16jarige of die afwezige 40plusser lichtdrager zijn. Als ik bij iemand voor het eerst kom of ik kom er al zo lang – vanuit een positief mensbeeld ben ik me steeds weer ervan bewust dat ik op reis ga met de ander voorop. Vanuit een positief godsbeeld kijk ik naar de ander als kind van God. Dat doet mij verwonderen dat alle mensen in goede handen zijn van de Goede Herder, de Pastor pastorum.

Robert-Jan van Amstel, 26 september 2019
bovenstaande tekst is gepubliceerd in het blad Credo, jg.46, nummer 4, september 2019 waarvan ik redactielid ben; Credo is een uitgave van het Gereformeerd Confessioneel Beraad, klik hier. Credo gaat per oktober samen met het blad Confessioneel van de Confessionele Vereniging.

Foto banner: Samuel Zeller (via Unsplash.com; door mij bewerkt)

Bezinningsvragen

Vragen ter bespreking is een pastoraal team of individueel als pastoraal bezoeker/werker:

  1. Wat is het beeld van uzelf werkzaam als vrijwilliger of professional in het pastoraat van uw kerk?
  2. Wat is voor u het mooie en het boeiende aan het pastoraat? En waarom is dat zo?
  3. Hoe bereidt u zich voor op het bezoek dat u gaat doen namens de kerk?
  4. Welke (levens)verhalen gaan met u mee die u gehoord tijdens het bezoekwerk? Waarom spreken die verhalen u juist aan?
  5. Wat of wie vindt u moeilijk of uitdagend aan en in het pastoraat?
  6. Heeft u weleens overleg met uw predikant/voorganger/kerkelijk werker om over het bezoekwerk te praten en te reflecteren?