Op zoek naar Jezus (in Dodewaard)

“Hoe doe je de mensen zoeken?”, zo klonk de vraag gisteren in Dodewaard.

Ik was voorganger in de hervormde gemeente van Dodewaard. Samen met de voorzitter van Stichting Diensten met Belangstellenden (DmB), Marijn, was ik uitgenodigd om te vertellen van mijn werk in Amsterdam. In plaats van sponsoring van verre zendingsgebieden wilde de zendingscommissie van de kerk graag dichter bij huis zoeken. Vandaar de ‘roep’ uit Dodewaard hoe DmB ‘zending’ en vertellen van Jezus (evangelisatie) doet in het seculiere, ontkerkelijkte Amsterdam.

Jezus zoeken in de Bijbel en in 2017

Zoek Jezus veel… (via www.fakkel.nu)

Mijn toespraak in de kerkdienst ging over Lucas 2, vers 41 t/m 52 (klik hier voor de NBV2004-tekst). Lucas vertelt over de ouders, Jozef en Maria, die Jezus naarstig zoeken. Uiteindelijk vinden ze Hem in de Tempel van Jeruzalem. Opvallend is dat zij perplex staan, ontzet zijn. De moeder van Jezus spreekt zelfs over angst in haar hart. Hoe dan ook, ik heb in mijn preek vooral de nadruk gelegd op het zoeken door de ouders. Zo ben ik begonnen:

>>> Is het u opgevallen dat de evangelist Lucas een aantal keer het woord “zoeken” gebruikt in zijn verhaal over de 12jarige Jezus? Vier keer: 3x bij de ouders, 1x bij Jezus. De ouders van Jezus zoeken en zoeken en zoeken. Dat maakt deze tekst zó actueel. Als ik kijk naar mijn eigen ervaring of ik merk het op tijdens pastorale contacten in Amsterdam, dan is zoeken naar Jezus hetzelfde als het zoeken naar een speld in de hooiberg. Te midden van alle prikkels, van zoveel aandachtstrekkers, al die journaals en onrustige krantenberichten, van alle aanbod van zingeving en mindfulness, te midden van wat er krioelt in je eigen hart, alle zorg en verdriet en eenzaamheid, dan ook nog zoeken naar Jezus.
Veel mensen laten dat zitten. Vinden Jezus iets lastigs. Ga je goed lezen wat Hij allemaal van je vraagt, dan moet je toch nog even achter de oren krabben. Ergens in het evangelie zegt Hij dat je moet breken met je ouders, je familie, met je bezit, je moet breken met je eigen leven.
Mensen blijven verder koud bij Jezus: een relikwie uit een stoffig ver verleden.
Of Hij wordt voor het karretje gespannen in de huidige verkiezingstijd – de christelijke cultuur, het geloof, alles wordt gebruikt om partijpolitieke propaganda te stutten.
Ja, met Kerst kun je Hem kopen in een kerststalletje.
Verder geen belangstelling. Of wat ik eerder tegenkom is onverschilligheid.

Weet je wat je zoekt?

Zoeken naar Jezus: u en jij zijn hier vanmorgen. Als je zoekt naar Jezus, waar zou jij Hem verwachten in je leven? Waar zou je wíllen dat Hij te vinden is? Je zou wel iets van Jezus willen zien, ik ook namelijk. Maar hoe kun je zoeken als je niet weet wát je zoekt? Je gaat niet googlen om iets te zoeken zonder precies wat, want dan kom je nergens. Een lege zoekbalk en dan op enter drukken, dan blijft de pagina wit. Typ je “God” in, dan heb je gelijk ruim 1,6 miljard treffers te beginnen met een Wikipedia-pagina.

Ik denk dat christen-worden en christen-zijn (kijk zelf maar in welke categorie je zit) te maken heeft wat jij zoekt in Jezus Christus Zélf. Wil je een Herder die over je waakt en beschermt? Wil je een Rechter die het kwaad in de wereld, het kwaad, de zonde in jou voor altijd teniet doet? Wil je leven zoals Jezus deed: aandacht voor de ander, aandacht voor God, aandacht voor jezelf? Wil je niet langer leven in je hele en halve leugens, maar leven met de waarheid in Jezus Christus?
Wat kan Jezus jou geven waar je naar verlangt? <<<

Tot zover dit citaat.

Met de billen bloot

Na de kerkdienst waren Marijn en ik welkom in het Verenigingsgebouw van de gemeente. Er was grote belangstelling. Marijn hield een korte en krachtige presentatie over het werk van DmB in de stad. Eén van de vraag die bij mij is blijven rondspoken in mijn hoofd werd gesteld door de ouderling van dienst. Zowel de presentatie als mijn preek brachten hem bij deze vraag:

“Hoe doe je de mensen zoeken in Dodewaard?”

Even later bleek de voorzitter van de kerkenraad zelf ook interesse te hebben: “We kunnen van elkaar leren. We zijn bezig met hoe we als gemeente aantrekkelijk kunnen zijn.”

Betuwe in bloei (via www.prretje.wordpress.com)

De hoofdstad en een dorp in de Betuwe laten zich niet zomaar vergelijken, dat moge duidelijk zijn. Concrete contexten kunnen dan verschillen, de dieper gelegen levensvragen naar zin en zingeving is mensen eigen. Je kunt wel beginnen met de vraag: hoe je mensen doet zoeken naar Jezus?
Er gaan een paar vragen daaraan vooraf die je jezelf als gemeente hebt te stellen: wat geloof je er zelf van? Op welke manier geeft de gemeente als in Dodewaard handen en voeten aan het zoeken naar en het leven als Jezus Christus? Hoe zijn de gemeenteleden zelf bewust en toegerust om vanuit eigen geloof openlijk te praten? Op welke manier gaat de kerkenraad bij zichzelf te rade wat hij gelooft? Durft de kerkenraad het onderlinge geloofsgesprek aan te gaan en te delen in eigen geloof, dus met de billen bloot bij wijze van spreken? Hoeveel geloofs- en ademruimte is in en buiten de kerkenraad?

De ander en jij

Natuurlijk zijn (massale, dorpsbrede) activiteiten te organiseren. Zeker kan een kerkelijke gemeente zich presenteren via sociale media als Facebook, Twitter, Instagram en een eigen website. Gewis zijn er diverse vormen van eredienst te verzinnen. Absoluut is een kerkblad huis aan huis te verspreiden of een informatief blad te maken. Alleen: hoe ga

Ik snap je (via www.bogersberoepscoaching.nl)

je om met teleurstellingen als bepaalde activiteiten niet lukken? Of als de respons van jongeren of ouderen je moedeloos maken? Of de kerkdiensten waar je de dingen anders doet dan anders, worden matig bezocht en/of je merkt dat de gemeente zich in tweeën ‘splitst’: wel bij de ene vorm van kerkdienst maar niet bij de andere en vice versa?
Wil een kerkelijke gemeente ‘de ander’ doen zoeken naar Jezus, dan heeft zij twee dingen in de gaten te houden: 1. wie is ‘de ander’ die je wilt bereiken? en 2. is de gemeente en de kerkenraad bereid zichzelf te leren kennen?
Als deze vragen niet voldoende worden meegewogen, dan kun je hoog of laag springen, er gebeurt waarlijk niets. Ja, afhakers én mensen met de hakken in het zand die hun gelijk bevestigd zien.

De geur van de gemeente

Iemand gebruikte gisteren het beeld van het baasje en zijn hond: gooi een hondenbrokje weg en de hond gaat zijn neus achterna. Zo is het met de kerk ook:

“Welke geur verspreidt je als gemeente van Jezus?”

Ik vroeg: “Hoe ruikt deze geur dan?”

“Naar Jezus Christus”, zo klonk het antwoord.

Ik: “Welke bestanddelen heeft deze geur dan?”

“Naar de vergeving van zonden”, antwoordde de man. Ik zag de emotie in zijn gezicht.

Geraakt zijn door je geloof is een uitstekende manier om de ander te bereiken. Alleen, de volgende stap is dan: wat bedoel je precies met vergeving van zonden? Hoe zou je dit vertalen naar buitenstaander, naar degene die je wilt doen zoeken naar Jezus Christus?
Dergelijke fundamentele gesprekken zijn nodig om je eigen geloofstaal te verstaan en jezelf te dwingen woorden te kiezen om ‘de ander’ te doen zoeken naar Jezus. Want wat ruikt er dan zo lekker aan Jezus, aan het evangelie, aan de kerk, aan het kerkvolk, aan de eredienst, aan het pastoraat, aan het diaconale werk verder weg en vooral dichterbij?

Op welke levensvraag is het Evangelie een antwoord?

(bron: onbekend)

Als je je eigen geur kent, dan is de belangrijke volgende stap om ‘de ander’ te leren kennen. Netwerken onderling zijn heel belangrijk. Want het heil is niet enkel verbonden met online aanwezig zijn of goed georganiseerde en inhoudelijk sterke kerkdiensten. Ken je de ander in zijn en haar vragen? En waarop kan het evangelie van Jezus Christus een antwoord zijn op die vragen?

Het allerbelangrijkste vergeet ik nog te melden: de Geest van God, de Krachtcentrale van Jezus’ Kerk, laat die maar waaien. Breng in gebed als individu, als gemeente, als kerkenraad dat de Geest zijn werk kan doen. Al gaat het dan niet om duizendtallen zoals in de begintijd van de Kerk (Handelingen 2 en Handelingen 3) waar mensen zich aansloten, tel je zegeningen mocht je ‘die ene’ bereiken.

ds Robert-Jan van Amstel, 27 februari 2017