Humor van de bijbel

Vanmorgen in de kerkdienst in de Bethelkerk heb ik een preek gehouden over humor in de bijbel.
De inleiding was onderstaande grap, een iets door mij bewerkte Joodse witz waarvan er velen zijn te vinden op het internet.

God heeft een paar geboden op stenen platen geschreven en Hij gaat ermee op pad.
Eerst komt Hij bij de Fransen en zegt: “Ik heb een mooi gebod voor jullie.”
“Wat is het voor een gebod?” vragen de Fransen.
God zegt: “Jullie mogen niet vreemdgaan, niet echtbreken.”
“Nee,” zeggen die Fransen, “dat is niets voor ons. Zo’n gebod nemen wij niet aan.”
“Oké,” zegt God en vertrekt.

Hij komt bij de Nederlanders: “Hoor eens jongens, ik heb een gebod voor jullie. Gij zult niet liegen.”
“Nee”, zeggen de Nederlanders, “dat is flauwekul. Dan kunnen we geen Tweede Kamerverkiezingen meer houden.”
Enigszins wanhopig gaat God verder.

Dan komt Hij bij de Joden aan en zegt: “Ik heb een gebod voor jullie.”
“O ja?” vragen de Joden, “en wat kost het?”
“Niets,” zegt God, “het kost jullie helemaal niets.”
“Prachtig,” zeggen de Joden, “doe er dan maar tien.”

In het lezenswaardige boekje van Reinier Sonneveld, Jutten (over de verrassingen van God), kom ik een mooie gedachte tegen over humor:
“Ware humoristen leven uit kalme liefde jegens de wereld.”
Dan moet God wel heel veel humor hebben (Psalm 2, vers 4)

ds Robert-Jan van Amstel, zondag 16 september 2012