Wie is als God?

Hoe zou een filmregisseur die visueel krachtige, soms wrede, soms wonderschone visioenen van Johannes in het boek Openbaring in beeld brengen? In het 20e hoofstuk (klik hier voor de tekst) kijken we met Johannes mee: een engel daalt af uit de hemel met de sleutel van de onderaardse diepte in zijn hand. Het kwaad wordt gebonden. De eerste opstanding. De laatste strijd om de stad Jeruzalem. En dan die scene waar de doden, jong en oud, voor een grote, witte troon staan. Als je je eigen verbeelding erop loslaat, dan is het onbevattelijke voelbaar. 

De visioenen waren toen een bron van inspiratie. De kleine christelijke gemeentes in de 1e en 2e eeuw van onze jaartelling, hadden aan de Romeinse keizer en zijn overheden geduchte tegenstanders. Christenen werden voor vreemd aangezien: een onzichtbare God aanbidden en een mens met de naam Jezus volgen die weinig heroïsch het leven liet aan het kruis. Van Hem wordt gezegd dat Hij de dood heeft overwonnen. Deze getuigenis over Jezus Christus en over God spreken werden veelal ‘beloond’ door de Romeinen met onthoofding (vers 4).

De innerlijke vlam van hoop, geloof en liefde hield de geloofsthermostaat van menig christen goed op peil. Ze hadden er alles voor over, zelfs hun leven.

Hoeveel heeft u, heb jij, heb ik over voor het geloof in God, voor het getuigenis dat Jezus Christus voor u, jou en mij tot leven kwam? “Ga de weg van de liefde”, schrijft Paulus in Efeziërs 5, vers 2, zoals Jezus deed. In hoeverre volgen wij Hem daarin?

Het leven hier laten, betekent niet terechtkomen in een groot zwart gat, maar staan voor de troon van God. Deze onthoofde zielen wordt nu recht gedaan, lezen we. Het kwaad is groot, stijgt boven ons uit, maar we worden niet vergeten, niet losgelaten. Dat zag Johannes daar Patmos en dat voor menig christen een bron van troost, tot aan vandaag.
Wat moet je met dat kwaad aan? Johannes zag dit: een engel met een sleutel in zijn hand en met zware ketenen daalt af uit de hemel om de bron van alle kwaad op te sluiten. In de strijd tegen dat kwaad stuurt God zijn aartsengel Michaël (zie ook Openbaring 12,7).

De naam Michaël betekent: “Wie is als God?”

Deze vraag gaat nog steeds in onze wereld rond: “Wie is als God?” Met het stellen van die vraag en vooral met het beantwoorden daarvan vraag maak jij de satan, die zo graag roet in het eten van het evangelie strooit, ten diepste vleugellam.

Johannes ziet in het visioen nog iets: er gaan boeken open. God oordeelt op je daden (vers 12). Ofwel: Hij richt zijn ogen op jouw leven en haalt jou op die manier uit de anonimiteit. Voor God ben je onverwisselbaar en onuitwisselbaar. Je bent zijn kind. Jij hebt geleefd. Je hebt je herinneringen. Je hebt al die indrukken op je ziel.

God oordeelt je daden, ofwel: God neemt je leven gewichtig.
Jouw leven krijgt gewicht.

Hij bladert door jouw boek vol herinneringen. Hij ziet meer dat jij allang vergeten bent of verdrongen. Hij telt je tranen. Hij telt je vloeken. Hij telt je boosheid. Hij telt je liefde voor de naaste. Hij telt de goede daden. Hij telt je zonde. Hij kijkt hoe jij antwoord hebt gegeven op de vraag “Wie is als God?”, hoe jij de weg van de liefde bent gegaan.
Er gaat nog een boek open, het boek van het leven. En dat is het evangelie, het verbazende bericht, die heuglijke tijding. Als dát boek van leven opengaat, dan komt ons boek van herinneringen, van ons leven, in dat ene (Paas)licht te staan. Het opstandingsleven van Jezus Christus heeft eeuwigheidswaarde. En die waarde is jou gegeven om de weg van de liefde te gaan. In het spoor van Jezus Christus die is als God.

Hoe een filmregisseur de visioenen van Johannes zou verbeelden? Wat mij duidelijk wordt geschilderd in de visioenen van Johannes, is juist dit: al het goede heeft een echo in de eeuwigheid.

Wat laat u, laat jij, laat ik echoën in ons dagelijks leven?

ds Robert-Jan van Amstel
(deze meditatie is gepubliceerd in het kerkblad Klankbord van PKN Barendrecht, augustus 2012)