Een veelzeggend (ge)zicht

Preek 26 februari 2012. Eerste zondag van de Veertigdagentijd.
Van: ds R.J. van Amstel, Barendrecht.
Plaats: Gereformeerde Kerk “Bethelkerk”, Barendrecht
Bijzonderheden: Kindernevendienstproject Veertigdagentijd “De Veranderaar”.
Tekst:              Oude Testament:      Ezechiël 1, vers 1-3.28b; 2,1-3.8-10; 3,1-15
                        Nieuwe Testament:   Marcus 1, vers 12 t/m 15

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

“Je bent de regisseur van je eigen leven”, zo lees ik op diverse websites over coaching, begeleiden van mensen. Bij wijze van spreken is er in onze tijd van wieg tot graf een coach beschikbaar. De coach heeft het recept in huis om je tot een rijker, mooier, beter, schoner, kleurrijker, leuker, fijner, ander leven te leiden. Zelfbeschikking, talenten, gaven, niet: problemen maar: uitdagingen of kansen. Een mens is ten diepste een vat, vol met alles en nog wat, maar vooral met goede dingen. Op Facebook las ik van de week een mooie uitspraak:

“Vertrouw dat de schat waarnaar je zoek bent, verborgen ligt in de grond waarop je staat” (Henri Nouwen)

Toch vraag ik weleens af: ben jij, bent u, ben ik werkelijk regisseur van het eigen leven? Heb jij er de hand in hoe de dingen in je leven gaan? Voor een belangrijk deel kun je zelf beslissen, maar wat als er krachten zijn die jou overstijgen?

Vanmorgen horen we over de profeet Ezechiël: hij is 30 jaar, getrouwd, voorbestemd om priester te worden in de grote tempel, Gods Woonhuis, in Jeruzalem. Is het je opgevallen hoe deze jongeman in de greep is van de Hand van God? (Ez.3,14) Hij wordt gedwongen een voor ons onnavolgbaar visioen te zien. We hebben het niet gelezen vanmorgen, maar vanaf vers 4 in Ezechiël 1 is het raak. De troon van God, vier dieren, draaiende wielen, engelen die met hun vleugels slaan. Hij wordt gedwongen een boekrol te eten aan beide zijden volgeschreven met klaagzangen, rouw-uitingen, lijkliederen (Ezechiël 2,10-11). Er kon geen letter meer bij, alsof God wil voorkomen dat Ezechiël er nog een eigen draai aangeeft of wat toevoegt ter nuancering. We horen dat die boekrol van papyrus zoet smaakt, anders was het niet weg te krijgen.
Zouden we verder lezen dan horen we in Ezechiël 4 dat hij brood moet gaan bakken op menselijke uitwerpselen. Hij moet wekenlang stil liggen eerst op de ene zij, dan op de andere zij. Zijn profetentaal was letterlijk-ontzettend fysiek. Met de huidige kennis van de psychologie en psychiatrie wordt Ezechiël door verschillende bijbeluitleggers in de categorie van psychoot met pathologische trekjes geplaatst, schizofreen, narcist, masochist, paranoïde etc. Freud zou gezegd kunnen hebben dat Ezechiël een slechte band met zijn vader heeft gehad en dat uit zich nu in diverse fratsen.

Ook bracht Ezechiël een nieuw geluid, zo nieuw dat het een haar heeft gescheeld of het boek Ezechiël was nooit in het Oude of Eerste Testament opgenomen geweest. De joodse samenstellers van het Eerste Testament in de tweede eeuw voor Christus vonden Ezechiël ontrouw aan de Wet van God. In de Tien Geboden horen we dat de kinderen niet onder de schuld van hun ouders uit komen. In hoofdstuk 18 van het boek horen we: Als ouders zure druiven eten, dan hebben de kinderen niet automatisch stroeve tanden. Ezechiël was daarin vernieuwend: mensen hebben hun eigen verantwoordelijkheid, naar elkaar, naar God. Mensen hebben voor een deel de regie in eigen handen.

Uiteindelijk is het boek toch in het Eerste Testament opgenomen, want de boodschap van de  profeet Ezechiël is kraakhelder. De puinhoop waarin Israël verkeert, is grotesk. Diepgaande verscheurdheid: een deel van het volk achtergebleven, een ander deel in Babel, de Tempel geplunderd, God dakloos gemaakt – in Ezechiël lezen we dat de heerlijkheid van God wijkt uit de tempel. Die puinhoop is gevolg van Israëls rug keren naar God. Mensenharten raakten vervuld van andere goden. Die God van het Verbond, de God van Abraham, de God van Mozes, Hij wil zoveel van je. “We nemen nu de regie zelf in handen.”
Want de zorg voor je naaste, dat kost wat. Opkomen voor mensen die in de kreukelzone zitten van het dagelijks leven, die afhankelijk zijn van zorg, van aandacht, van hulp, die krijgen vaak de eerste klappen. Bezuinigen op de geestelijke zorg doet de politie in ons land zorgen baren. Mensen die geestelijke zorg nodig hebben van een psycholoog of psychiater, moeten eerst zelf betalen. Die doen dat niet omdat er reeds zo weinig is. Wat gaat er gebeuren op straat?
Of: een tweede lening met het duizelingwekkende bedrag van 130 miljard euro naar Griekenland, dat is 75.000 euro per Griek. Terwijl met veel minder alle hongerigen in Afrika met 75 euro per persoon geholpen kunnen worden. Van 130 miljard hoop je iets terug te zien, terwijl zovele mensen elders sterven door gebrek aan alles. Waar is het oog van de samenleving op gericht?
Als gemeente van Jezus Christus kunnen we gelukkig kiezen voor een vastenactie zoals in deze periode: collecteren voor stichting Vrolijkheid (zie laatste Klankbord, p.19) waar kinderen met diverse trauma’s ontdekken dat ook zij een warm hart hebben en erbij horen.

De boodschap van het boek Ezechiël is kraakhelder: het Verbond van God met mensen staat of valt met hoeveel liefde je hebt voor je naaste. Hoeveel liefde je hebt voor jezelf. Hoeveel liefde je hebt voor God. Hoeveel liefde heb je voor je naaste die net even anders in het leven staat? Hoeveel liefde heb je voor je collega op je werk of voor dat ene ‘onmogelijke’ familielid?

Hoe jouw liefde zichtbaar is voor de mens om je heen, zegt iets over hoe jij met liefde naar jezelf kijkt, je met liefde verbonden weet aan God.

De profeet Ezechiël benoemt hét probleem: de liefde voor de naaste, de liefde voor God was in zijn tijd bekoeld. De samenleving die God voor ogen heeft, kwam maar niet van de grond. In plaats van groei, alleen maar afbraak. In plaats van een open gezicht en een warm hart, was dat laatste van beton en het gezicht verhard. “Koppig en eigenzinnig”, zo zegt God over zijn volk in vers 7 van Ezechiël 3. Letterlijk lezen we: een voorhoofd van staal en een hart van beton.

Alle passie is weggebotoxt uit het gezicht van het volk.

Ezechiël moet dus gaan preken tegen geloofsgenoten die opstandig zijn (Ez.3,9) op voorhand zeggen: “Bekijk het maar met je boodschap. We hebben wel iets anders aan ons hoofd”. God op zijn beurt zegt tegen Ezechiël: “Ik maak je harder dan steen” (Ez.3,9), dus zo sterk als diamant. Het gaat dus hard tegen hard-met-een-d, hart tegen hart-met-een-t.

Bij het overdenken van de bijbeltekst vroeg ik mij in gebed af: waarom al die moeite, God? Waarom bent U zo bezig met dit volk dat maar steeds weer een kant opgaat die van U af wijkt? U had toch ook kunnen beginnen met een ander volk? Ook in die tijd keuze genoeg. Waarom bent U, God, zo bezig met mensen, met deze wereld die het nog steeds niet verleerd is zwarte alinea’s en bladzijden te schrijven? We zien de puinhoop in Syrië, kindergezichtjes in de krant getekend door de dood…
En, God, heeft U Ezechiël gezien? Hij is bitter gestemd. Zijn DNA trilt van woede. Heen en weer geschud door uw Geest. Uw Hand heeft hem vast. U bent als God is nauwelijks coachend. En last but not least: net als Job zit Ezechiël zeven dagen verdoofd. Bij zijn volksgenoten, de  ballingen vlakbij Babel. Hij zegt geen pap meer. “Want de hand van de Heer had mij vastgegrepen”. Ezechiël is de regie zo goed als kwijt over zijn leven. Als je God wil dienen, heb je blijkbaar niets meer te zeggen over je eigen leven, de regie over ons leven kwijt zijn.
Werkt dat zo bij U, God?

Na mijn gebed bleef het stil.

Ik hoor niets. Ik hoor geen antwoord.
Verwacht je wat van God te horen, desnoods met zo’n kracht als zijn Hand, als zijn Geest.
Desnoods zoiets als Ezechiël.
Maar het blijft stil. Jammer hoor, dat God nou niet zijn kans neemt.

Wacht, ik zie iets over het hoofd. Ik neem de regie weer in handen en verwacht dat God doet zoals ik dat wil.
Het antwoord kwam alsnog na mij gebed. Want: hoe staat mijn gezicht eigenlijk? Lijkt dat gezicht net als dat van het volk daar in Ballingschap of daar in Jeruzalem: koppig en eigenzinnig. Een gezicht van “t kan me wat” of “t zegt me niks meer” “wat heeft geloof nog te bieden?” “de kerk is alleen zichtbaar door de Kerkbalans-envelop of de diaconale actie”
Hoe staat jouw, uw en mijn gezicht eigenlijk? Hoe kijken wij naar elkaar, naar onszelf, naar God?

We kunnen dan wel een antwoord verwachten, maar met een gezicht van staal, een ondoordringbaar hart, dan horen we niets.

In deze Veertigdagentijd lezen we uit Ezechiël, de rode draad in deze lijdenstijd naast de lezingen uit het Evangelie. Op weg naar Pasen willen we met Ezechiël de diepgang begrijpen wat onze Heer Jezus Christus heeft bewogen, wat God heeft gedaan door mens te worden in Jezus, wat Hem is overkomen daar op Golgotha, de plek van ultieme gezichtsverlies (!), vanwege al die tot staal verharde gezichten en eigenzinnige harten.
We leven naar de opstanding uit de doodsheid, waarmee ons gezicht juist wordt verzacht.
Wat een vreemde boodschap hebben we eigenlijk als gemeente van Christus. Net zo vreemd en raar eigenlijk als al die beelden en visioenen van Ezechiël. Die komen terecht op steeds meer ondoordringbare harten; net als de boodschap van Pasen: “Opgestaan uit de dood? Ach, we weten wel beter, toch?” Tsja, is het dan niet vreemd dat er op gegeven moment steeds meer vreemd wordt aan geloof, aan God? Dat zelfs je naaste vreemd wordt?

Draai je om, bekeer je, zegt Jezus Christus in het Marcus-evangelie. Zijn eerste woorden in dit evangelie. Neem de regie in je leven, met een open gezicht, een hart verbonden aan God. Net als Ezechiël komt Hij verandering brengen.
Komt Hij mensen tegemoet. Opent harten, opent oren. Zo doet God dat dus.
Eerst je eigen gezicht uit de harde plooi, dan leren kijken en luisteren wat God jou aanreikt.

Door de regie in de handen te leggen van God, door je hart te laten kloppen op het ritme van God, door te kijken naar mensen zoals Jezus dat deed, behoudt jij regie over je leven. Vreemd en tegelijk bevrijdend.

Want: we weten toch dat de regie vast in eigen hand houden zonder verbondenheid aan de naaste of aan God, uiteindelijk uitkomt op de kruisiging van die éne Mens?
Dus: hoe staat jouw gezicht deze week?

AMEN.