Een glimlach staat beter

Al een tijdje ben ik geboeid door het liedje “Zoek je zelf” (1975) van het Simplisties Verbond , een verbond door Kees van Kooten en Wim de Bie opgericht. In al zijn eenvoud wat betreft de toch wat nederige melodie, sobere percussie en de dolorosa-zingende gitaar, weet het liedje mij te raken. Het refrein met steeds meer enthousiaste uithalen klinkt aanstekelijk. Een liedje dat ietwat tijdgebonden is en tegelijkertijd tijdloos, wil berusten én beroeren, porren én aaien, is als azijn én geurige olie.
Op Youtube heb ik onderstaande registratie kunnen vinden met daaronder de liedtekst.

Liedtekst:
Allemaal op weg naar niets,
doen we zus of zomaar iets
Soms net echt, maar meestal kitsch,
want wie speelt er nog zichzelf
Weet je nog wanneer dat was,
toen je nog geen ander was niet in harnas achter glas,
maar je eigenlijke zelf.

Refrein:
Zoek jezelf broeders, vind jezelf, wees en blijf alleen jezelf

Dikkerdoenerij genoeg,
op kantoor en in de kroeg
Als je nou ‘ns geen masker droeg,
zou je dat niet beter staan
Wat moet je met die Januskop,
daar schiet niemand iets mee op
’t Is een kwestie van een knop,
die moet enkel even om.

Refrein:
Zoek jezelf zusters, vind jezelf, wees en blijf alleen jezelf

De man die op z’n tenen loopt
en alleen zichzelf verkoopt
en nooit iets in z’n oren knoopt,
die gaat nog eens lelijk dood.
En met make-up van oor tot oor
stelt z’n vrouw een ander voor
en hebben ze nog steeds niet
door dat een glimlach beter staat.

Refrein (3x)

Steeds wekt dit lied een glimlach bij mij op. Rake typeringen komen er in deze compositie voor: “wie speelt er nog zichzelf?”, “dikkerdoenerij genoeg” en “… nooit iets in zijn oren knoopt, die gaat nog eens lelijk dood”. Een liedje uit het jaar waarin ik zelf twee lentes jong was; ondanks de leeftijd van bijna 40 jaar, is de song geen oude koek. Het had wat mij betreft vandaag geschreven kunnen worden. Wat wordt bezongen door Koot en Bie is anno 2012 overal zichtbaar en voelbaar: kouwe drukte, weinig hoffelijkheid, iPod-oordopjes-dragende types die je zonder omkijken haast wegduwen bij het supermarktschap, om wat voorbeelden te noemen.

Prof. Harry Kunneman heeft in zijn boek “Voorbij het dikke-ik” (Amsterdam, 2005/2006) deze tendens de “opmars van het dikke-ik” genoemd. De verandering in de Nederlandse samenleving laat o.a. zien dat het individu als bijna god wordt gezien, regerend op zijn of haar eigen eilandje:

“Als belichaming van het moderne, autonome en welvarende individu is het dikke-ik niet alleen weldoorvoed, om niet te zeggen volgevreten, maar neemt het ook veel ruimte in, vooral in de vorm van onverschilligheid, lomp of zelfs gewelddadig gedrag. {…} Het wil niet alleen steeds meer consumeren, maar eist ook erkenning van zijn handelingsvrijheid en respect voor zijn hoogst individuele opvattingen en verlangens. Dit leidt tot voortdurende wrijving met anderen. Het dikke-ik is verwikkeld in een permanente concurrentie- en prestatieslag.” (p.7)

Steeds minder wij-zelf, steeds meer ik-alleen. Steeds meer moeten en willen bereiken, waarbij er minder geluisterd wordt naar het hart van zichzelf en van de ander. Steeds meer drukte en geluid, steeds minder zones van stilte en inkeer. De vragen die Koot & Bie onderhuids en hardop stellen in hun lied “Zoek jezelf” zijn naar mijn bescheiden mening zeer relevant. Geen gebakken lucht of gloeiend ijs verkopen of “lulkoek”, zo lees ik op de Wikipedia-site over het Simplisties Verbond, maar vrede en harmonie.
Koot en Bie roepen op tot: “Zoek jezelf. Wees en blijf alleen jezelf.”  Ze gaan blijkbaar uit dat de mens wel weet wie hij/zij ten diepste is. De kracht van autonomie en individualisme gooit hoge ogen. Toch de vraag: wie of wat is dan deze “jezelf” of, als ik dat aan mij vraag: “mijzelf”?

In een omgeving vol visuele prikkels, televisie, internet, smartphones, tablets, reclame’s op straat of via media, wordt een menselijk brein visueel gemasseerd en geïnstrueerd. Vooral de hoeveelheid reclames die via de al dan niet gedrukte media tot ons komen, is gigantisch. Het beeld dat in die reclames wordt overgedragen dringt zicht op: dit is de standaard van bijvoorbeeld schoonheid, mooie spullen en kleding. Het dikke-ik van de reclame wil mij anders maken. Ik moet op die ander lijken, ik moet die verlangens ook hebben, ik moet doen wat de ander ook doet als consument. Meer niet blijkbaar. De menselijke geest krijgt zodanige stimulansen en prikkels dat het dikke-ik zichzelf opkweekt. Dat brengen Koot en Bie op een noemer: “Dikkerdoenerij genoeg”, “maar meestal kitsch”.

“Zoek jezelf” – wanneer speel ik ten diepste mijzelf, wanneer of hoe ben ik die homo ludens?
Ik ga uit van een geloofsfeit om die oproep “Zoek jezelf” vorm te geven: God schenkt het leven. Hij schenkt mij als eerste de levensadem zodra ik werd geboren.Zijn ontferming kent geen einde en iedere dag opnieuw is God groots in zijn weldaden (zie Klaagliederen 3, vers 22 en 23). Dat is het vloertje of fundament waarop ik wil staan. Van deze God als onvoorwaardelijke kracht van leven en Liefde, krijg ik gelegenheid geschiedenis te maken, deze in beweging laten komen of te zetten.
1 vierkante meter tekeningIk krijg de ruimte om de vierkante meter waar ik op sta, waarop ik “speel”, zo in te richten dat van een woestijn een oase kan worden gemaakt. En alle andere mensen dus ook. Geweldig als je daarover gaat nadenken. Het is dus mogelijk dat er 7 miljard vierkante meters als oase kan worden ingericht waar mensen shalom delen. Een dikke-ik overschaduwt de vierkante meter van zijn of haar naaste; een dikke-ik staat het licht in de weg.
Huub Oosterhuis zegt het in zijn boekje “Ik versta onder liefde” (2011) op de volgende, prachtig weergegeven manier. Zijn woorden staan in de contekst van de Tien Geboden, met de gave van die Tien Woorden is het geweten van de mensen geboren:

“… van toen af weten we wat te doen en te laten, wat voorkomen en genezen moet worden. Ben ik mijn broeders hoeder? Ja, ik. Wat weet ik met mijn geweten? Dat er meer kracht in mij is dan de vitale kracht tot zelfbevestiging en zelfontplooiing: de kracht tot inperking van mijn vrijheid opdat mijn broeder kan leven. Recht doen is de inperking van het ‘recht van de sterkste’, opdat al die anderen, minder sterken, kunnen leven.” (p.53-54)

“Zoek jezelf” is eerst de a/Ander zoeken. Dat is uiteindelijk leven volgens de Schriften, zie Amos 5, vers 4. Zo blijf je dicht bij de roeping die iedere dag opnieuw klinkt. Het visioen dat al die vierkante meters aaneen zullen sluiten tot een groene oase. Dan is het Koninkrijk van God heel dichtbij gekomen.
Ofwel, om te beginnen: een glimlach staat beter, zing ik met Koot en Bie mee in hun liedje “Zoek jezelf”. Want in die glimlach straalt iets van God.

ds R.J. van Amstel, 21 februari 2012

Op Youtube is ook een nieuwere versie te vinden van het lied “Zoek jezelf” ingezongen door de cast van ’t Vrije Schaep: