Poespas

“Kan de kerkdienst gewoon niet gelijk beginnen met de preek? Al die poespas vóór de preek hoeft toch helemaal niet.” Deze opmerking pikte ik onlangs op in de wandelgangen van de Bethelkerk. Het zou prima zijn om intochtslied, groet en ontfermingsgebed en glorialied e.d. over te slaan en gelijk om 10:00 uur (of 9:30 uur) de gemeente toe te spreken. De preek dient dan wel van goede, aansprekende kwaliteit te zijn. En, zo werd als bijkomend voordeel genoemd: je bent snel weer thuis.

Bijbellezing: 1 Korintiërs 14, vers 26, 27, 33 en 40

U kunt zich voorstellen dat ik als één van de voorgangers in onze erediensten blijf haken bij het woord “poespas”. Zo kan het deel van de eredienst voorafgaand aan de preek blijkbaar beleefd worden, als poespas, dus als heisa, koude drukte, overbodig. Ik had bijna de neiging om de zondag volgend op de week dat ik deze poespas-opmerking hoorde, de dienst te beginnen met de preek. Het besef dat de kerkenraad eindverantwoordelijk is voor de liturgische opbouw en de preek tijdens de eredienst, deed mij logischerwijs van het plan afzien. Op deze plek zou ik nu een korte verhandeling kunnen schrijven over liturgie en de opbouw van de orde van dienst, over het hoe en wat etcetera. Toch zou ik liever willen beginnen vanuit eigen ervaring.

Wanneer ik als predikant bij aanvang van de kerkdienst met de dienstdoende kerkenraadsleden de kerkzaal binnenkom door de, voor de hoorder, rechterzijdeur, dan ervaar ik op dát moment wanneer ik de drempel overga, iedere keer weer een bepaalde ‘golf van energie’, van verwachting, van uitzien-naar, alsof het hart van de gemeente zich even herschikt en zich richt op wat komen gaat. Ik weet dat er gemeenteleden in de kerkzaal zijn die rouw-dragen, verdrietig zijn, de hectische week graag achter de rug zouden willen hebben, of nog bekomen van de zoveelste discussie met de kinderen en de pubers over wel of niet naar de kerk gaan.

Er zijn gemeenteleden die het heerlijk vinden om even uit huis te zijn om hier op te ademen, om te zingen, om te bidden. Onder hen zijn er die bijkans nooit iemand zien doordeweeks. Of juist een druk-sociaal leven hebben, goede baan met leuke collega’s, maar zich ten diepste niet gekend weten, rondlopen met een gevuld hart met van alles en nog wat. En dat is nog maar een topje van de hele berg. In die kerkzaal golft dus een bepaalde energie vanwege de mensen met zovele diverse ervaringen en emoties, of om een ander beeld te gebruiken: mensen hebben geestelijk volle bekers.

Dat alles bevindt onder dat ene dak van Gods Liefde. God is vertrouwd met wat mensen beweegt, daarom laat Hij ze graag samenkomen om te delen daarin, want God “is een God van vrede”, aldus Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs.

Gelijk met de preek te beginnen zou betekenen dat die ‘energiegolf’ niet de kans krijgt eerst aan ‘land’ te komen. Gelijk met de preek beginnen geeft aan, dat er alleen wat gehaald kan worden bij God. Dat Hij (ruimhartig) dient te schenken wat je als hoorder wil ontvangen.

Maar een beker die tot de rand vol zit, ga je toch niet bijvullen? Daarom vind ik die beweging in de kerkdienst heel belangrijk: in het eerste gedeelte van de dienst, de zogenoemde dienst van voorbereiding, legen we de eigen beker, laten we de energiegolf landen. We zingen onze harten open met een intochtslied. God groet ons, dat zijn eeuwige Naam onze hulp is, als mens staat u, sta jij en ik er niet alleen voor.

De voorganger verwoordt in een ontfermingsgebed tot God vreugde en dank, maar ook zorg om de wereld, om iemand die je kent, om jezelf. De predikant biecht namens de gemeente op wat je hebt nagelaten om te doen of dat je je naaste, of dat nu een klasgenoot is, een collega of familielid, onrecht hebt aangedaan. In zijn barmhartigheid schenkt God je vergeving, vult Hij jouw beker met zijn liefde. Vanuit die blijdschap zingen we God een glorialied. De kerkdienst is dan ongeveer een kwartier aan de gang. Soms lijkt dat een eeuwigheid of poespas. Ik ben blij met die tijd. Pas daardoor wordt de preek levensvatbaar.

ds Robert-Jan van Amstel
(gepubliceerd in Klankbord, kerkblad PKN Barendrecht, februari 2012)

Als u wilt reageren, heel graag.
Wanneer je nog niet eerder hebt gereageerd op andere blogs van mij, dan wordt je reactie eerst ter moderatie voorgelegd (om spam te voorkomen). Ik probeer z.s.m. de goedkeuring te geven.

14 gedachten over “Poespas”

  1. Zelf merk ik het ook dat ik het nodig heb om de afgelopen week ‘af te doen’ en werkelijk mijn hart open te stellen. Vaak heb je als jong gezin nog even moeten racen om op tijd in de banken te schuiven. Dan is het goed om even ‘stilgezet’ te worden. Al is de liturgische vorm in mijn gemeente anders, ik ben dankbaar dat de dominee niet in de eerste minuut ‘los’ gaat met z’n preek, hoezeer ik hem (en z’n preken) ook waardeer :0).

  2. Heerlijk eenvoudig verwoord,zo is het toch ,even tot “bezinning “komen.Mag ik als koster “iets vroeger” in de kerk , iets opsnuiven van die “golf”?

  3. Helemaal mee eens, Robert-Jan. Een goede opbouw van een kerkdienst leidt mensen van ‘buiten/ wereld’ naar binnen, om tot de kern te komen: openen van de Schriften en uitleg daarvan (in RKK hoort daar dan ook de wekelijkse viering van brood en wijn bij); en vervolgens wordt dan weer de beweging terug van binnen naar buiten gemaakt, met de zegen als overstap van kerk naar wereld.

  4. Robert-Jan graag onderschrijf ik je reactie. Wat jammer dat de viering van de eredienst blijkbaar wordt ervaren als ‘poespas’. Is het begrip ‘liturgie’ zover weggezakt dat de eredienst ervaren wordt als ‘een weke stamppot van vlees, gort of droge rijst en groenten’, zoals ‘poespas’ in maritieme kringen wel wordt aangeduid?
    Ter informatie kan ik je melden dat de werkgroep Eredienst van de Dorpskerkgemeente momenteel bezig is met de uitwerking van een brochure over ‘de waarde van de liturgie’, waarin een poging wordt gedaan om ‘het vieren van de eredienst’ eens wat nader toe te lichten. Dit wordt gedaan tegen de achtergrond van een van de profielen van de Dorpskerkgemeente: Het liturgisch profiel.
    De brochure wordt een cadeautje van onze werkgroep aan de jubilerende Dorpskerkgemeente en zal op of omstreeks 2 mei 2012 verschijnen.
    Simon Hoek-werkgroep Eredienst – (Hervormde) Dorpskerkgemeente Barendrecht

  5. De liturgie voor en na de preek is voor ervaren kerkbezoekers noodzaak. Om de randkerkelijken en buitenkerkelijken aan te spreken is wellicht een nadere bijeenkomst op een ander tijdstip wel te overwegen. In dat geval gelijk beginnen met de preek is dan niet zo gek. Zo’n plan is wel het overwegen waard. Dit zou kunnen tussen het bezoek aan Albert Heijn en andere winkels op de zaterdagmiddag.

  6. Nog even en men wil alleen de zegen en de groet.
    Zoals vorige week zondag in de Petrakerk vonden wij weer geweldig.Een dienst die keurig was opgebouwd en op een manier werd afgesloten die grote indruk maakte.
    Valt mij mee dat mensen niet ageren tegen toga wel of fraai pak met stropdas want men wil tegenwoordig overal iets over zeggen.
    Blijf gewoon zo doorgaan.

  7. Ha Robert-jan,
    Vanmiddag heerlijk een paar uur geschaatst op de nieuwe ijsbaan van Barendrecht: druk en gezellig, mooi weer en vrij goed ijs!
    Mijn eerste reactie op het stukje in Klankbord was: ‘wat veel aandacht voor een enkeling die een losse opmerking maakt.’ De informatie die je daarna gaf vond ik interessant en daar kan ik het helemaal mee eens zijn. Even los van al je gedachten, even weer dichter bij God komen, door zingen en bidden. Voor mij is de opbouw van onze kerkdiensten juist heel prettig, maar ik kijk dan ook zelden op de klok om te weten hoe laat het is. Als de dienst boeit geeft het toch helemaal niet hoelang die duurt? Fijne zondag.
    PS<>

  8. Hallo Robert-Jan
    Wat heb je dat toch weer mooi geschreven.Zondag hebben juist een rustdag moeten we dan in de kerk ook al op gaan schieten.
    We hebben het heel de week meestal al druk.Nee hoor laten we in de kerk maar lekker zingen,en in gebed komen.
    Van mijn mogen we zelf nog wel meer zingen.
    En wat is nou een goed uur om in de kerk te zitten.
    We hebben toch al zo weinig tijd voor God.
    Laten we de erediensten maar zo houden.

  9. Geachte leraar,

    Hierbij wnes ik mij volledig te conformeren aan hetgeen jij hebt verwoord omtrent de invulling van de eredienst.
    Juist de liturgie bevestigt en omliijst jouw roeping en functie: Het deelnemen met de gemeente aan het werk van God.
    Waar blijven zonder liturgie het mysterie en de sacrementen ?
    Verder zie ik de kerk als huis van gebed, waarin de geloofsgemeenschap samenkomt om God te vereren.
    Uitsluitend een preek, hoe inspirerent ook, zal nooit de plaats in kunnen van de eredienst.
    Indien de essentie in ons samenzijn niet verder gaat is de gemeente gedoemd in de marge van de samenleving te blijven en uiteindelijk als discussieclubje te eindigen.

    Gods zegen toegewenst.
    Gert

    Uitsluitend een preek, hoe inspirerent ook, zal nooit de plaats van de eredienst in kunnen nemen.
    Als de essentie in ons samenzijn niet verder gaat is de gemeente gedoemd verder in de marge van de samenleving te fungeren.
    Wij hebben immers de kracht van de Heilige Geest nodig stand te houden in deze geseculareseerde wereld.
    De apostelen onderstepen naam mijn mening juist het samenkomen en delen in het mysterie.
    Gods zegen.

    Dat de opmerking als een mokerslag bij jou binnen is gekomen begrijp ik terdege omdat kennelijk onder de toekomstige gemeenteleden een dergelijk begrip post gevat blijkt te hebben.

  10. Beginnen met de preek. Als ik me probeer te verplaatsen in de gedachten en gevoelens van jongeren, die wellicht vol twijfel over het geloof en met een lichte tegenzin in de kerk zitten, kan ik me de opmerking voorstellen. Mijn kinderen zijn ook van deze leeftijd en denken er eigenlijk ook een beetje zo over.
    Geloven is niet populair op school. Liever willen ze hiervoor niet uitkomen. Om erbij te horen, maakt het geen goede beurt om te zeggen dat je geloofd. Ook niet op de christelijke scholen. Maar als ouders dan toch met de kinderen naar de kerk komen is het wel goed om deze opmerking serieus te nemen.
    De opmerking is wellicht een roep om uitleg:
    Vertel me nu eerst maar hoe het zit en wat ik moet doen. Laat het me begrijpen en geloven!! Eigenlijk dus een roep om categese.
    Ik wil over de invulling en planning van de huidige categesaties nu niet ingaan, maar..
    Ja, probeer de jeugd wellicht eerst zonder ‘poespas’ te onderwijzen.
    Misschien kan dat door tijdens kerktijd wat sneller de tienertalk in te zetten. Laat bijvoorbeeld de tienertalk of kindernevendienst de categesatie zijn. In die vorm en op die tijd en dan later…
    Als het geloof er is, dan is er voor hen ook tijd voor aanbidding, stil zijn en bezinning.
    Dan pas is er dus tijd voor die ‘poespas’, die ik ook niet zo zou willen noemen.
    Ik wil ook de opbouw in een kerkdienst niet missen, vind het ook prettig om eerst ‘los’ te komen van alle dagelijkse beslommeringen. Ik wil zeker niet gelijk de preek.
    Dat moet de jeugd alleen nog leren!!

    1. Marleen ,hier kan ik me helemaal in vinden in deze uitleg.
      Anders een ander soort “dienst “aansluitend ad huidige kerkdienst.
      Goede (thema)video als begin met daarna uitleg door ds

  11. Zo maar even wat gedachten.
    In veel gevallen wordt, als de vraag komt “hoe was de kerkdienst?”, alleen maar in positieve of negatieve bewoordingen gesproken over de preek. Dat in het verlengde daarvan de overige elementen van de eredienst als poespas worden gezien, past daar wel bij. Toch moet er meer achter zo’n opmerking zitten, lijkt mij. Waarom wil men wél graag een preek horen? Nu spreekt mij de term “preek” niet zo aan. Er zijn ook andere termen in gebruik: uitleg en verkondiging, om er maar eens twee te noemen. En laat ik nou eens aannemen dat de term die in een concreet geval gebruikt wordt ook precies aangeeft wat de bedoeling is. Als sprake is van “uitleg” staat de rest van de dienst daar veel losser van dan wanneer sprake is van “verkondiging”, zo vermoed ik. De verschillende delen van de dienst kunnen wel op theologisch verantwoorde manier zijn vormgegeven en en elkaar opvolgen, dat zegt nog niets over de vraag of de gemeenteleden dat ook zo ervaren. Het is allemaal zo (theo)logisch niet! Als de uitleg klaar is, kunnen we naar huis: dat is wél logisch. Maar het komt denk ik veel meer aan op het gevoel en de innerlijke ervaring dan wij mogelijk allemaal vermoeden.

  12. Tom Oosterom
    Je hebt heel wat losgemaakt met ‘poespas’. Ook bij mij. Met name ds Overeem verwoordt wat ik ook mis: de beleving. Het lijkt er vaak op of woorden die gesproken worden louter routinematig worden uitgesproken. De bezieling ontbreekt vaak, woorden worden afgeraffeld. Het begint al bij de begroeting en votum. De woorden “we bereiden ons voor op de ontmoeting met de Heer” zouden je als het ware op een hoger plan moeten brengen en nieuwsgierig moeten maken. Alles wat daarna gebeurt., zoals gebed en zang moeten een beroep doen op de wens om de ontmoeting met God en met elkaar inhoud te geven.
    Daarbij gaat het natuurlijk ook om de vorm. En dan denk ik vooral aan de muziek en zang. Terecht wijst ds Overeem op de praktijk van de muziek in mineur, die eerder deprimerend dan opwekkend is. Met een zekere jaloezie kijken wij ‘s zondags naar Songs of praise van de BBC. Wat een bezieling straalt daar van af. Alle leeftijden doen mee en hoe!
    Scholen houden zelfs competities in het brengen van prachtige liederen. In gesprekken worden tussendoor persoonlijke geloofsuitingen van vogels van diverse pluimage, tot rockmusici aan toe, gebracht.
    Dit brengt mij tot de vraag; waarom wordt op onze scholen nog zo weinig met muziek en zang gedaan, al dan niet van geestelijke aard. Het spreekwoord zegt ook hier: Jong geleerd is oud gedaan.

Reacties zijn gesloten.